En weer een mistig begin. Gisteren kwamen de zussen en broer op bezoek. De zelfgebakken cake van de ochtend was goed gelukt en voor het eerst in mijn hele lang-zal-ze-leven had ik ‘m voorzichtig af laten koelen. Eerst met de ovendeur open en de oven uit, daarna met nog meer geopende ovendeur en tenslotte in de vorm op de snijplank.
Het boek van Bibi Dumon-Tak is uit. Het leest makkelijk weg. Bij vlagen is het erg ontroerend. Ze beschrijft er ook in hoe luchtig er soms door zeer zieke mensen over de dood gepraat wordt, zoals bij praatprogramma’s het geval vaak is. De hoofdpersoon in dit boek was zelf nog volop bezig met het acceptatieproces van de op hand zijnde dood van haar zusje. Voor nabestaanden zal de aanvaarding misschien nog moeilijker zijn dan voor de zieke zelf. Als er eenmaal berusting is, dan richt de geest zich op een hoger plan of zinkt weg in het ongewisse. Maar voor degenen die achterblijven, blijft het altijd de lege plek.

Tijd voor de biografie van Theo Thijssen na deze kost. Het is van een heel andere orde. Niet minder boeiend verwacht ik. De schrijver, de schoolmeester en de socialist was een zoon van een schoenlapper uit de Jordaan. Eindelijk eens niet iemand van adel of uit de hogere kringen. Steeds bleef ik nieuwsgierig onder elke gevolgde gang door de geschiedenis bij de andere biografieën naar hoe het het ‘gewone’ volk is vergaan. Hoe hou je je staande in de erbarmelijke omstandigheden. In de biografie van Pieter van Eeghen, de medeoprichter van het Vondelpark, kwam het een en ander al naar voren. Zomers vond er een grote uittocht van de gegoede burgers plaats naar de buitenplaatsen langs de Vecht en dergelijke, vanwege de stank in de stad. En dat volk dat niet die mogelijkheid had. Hoe verging het hun?
Van broer kregen we een aantal documenten uit de vorige en zelfs nog uit de negentiende eeuw. De geschiedenis van onze eigen familie om door te wandelen. Daar zaten berichten over grootouders en betovergrootouders bij en oude sepia en zwartwit fotootjes met gekartelde rand, zo kenmerkend voor die tijd. Markante dames met lange zwarte jassen en hoeden op, stevig gearmd of naast statige oude heren met grote snor en hoed. Ze vertelden een aanvullende geschiedenis. Met een wonderlijke levensloop van een van hen. Een overgrootvader had zijn toekomstige bruid uit een gesticht gehaald, waar ze al een aantal maanden verbleef. Niet omdat er een draadje los was geschoten, maar omdat ze uit een arm gezin met teveel kinderen kwam.
Lief zocht ondertussen met broer boven een missing link in onze familie geschiedenis om de draad naar de zeventiende eeuw te kunnen vinden.
De cake was heerlijk en het gebabbel over de stamboom ging over in een relaas van mijn zus haar weekend naar Londen in vergelijk met mijn reis naar Parijs. Londen bleek, getuige de foto’s, oneindig veel drukker te zijn, dan de wijken die wij in Parijs hadden bezocht rond het Pantheon en de Sorbonne. Dergelijke tochten zijn goed voor een oeverloos aantal stappen. Ze hadden een heel gemêleerd gezelschap van jong en oud en waren met achten. Een vrij grote groep dus. Dat is altijd lastiger. Als iedereen ruimte geeft aan het groepsbelang is het goed te doen, al wordt het moeilijker bij het zoeken naar een plek in een restaurant. Dat was met onze groep van vijf al zo.
Niet getreurd, een vakantiegevoel overwint alles.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.