Douchen, je kunt er tegenop zien. Als het adembenemend is, of inspannend, als de wc als krukje dreigt te dienen tussen de bedrijven door. Ik denk aan de steunen die in onze badkamer geschroefd werden om mijn vader te helpen zich staande te houden, even later een opklapstoeltje onder de douche en steunen, die weggeklapt konden worden als je wilde gaan zitten. Of haal ik al die huizen waar ik mensen thuis moest wassen, door elkaar en waste ik mijn vader slechts op een krukje voor de wastafel. Wonderlijk dat dat soort inkijkjes verdwijnen naar de diepste krochten van de geest, kennelijk.
Er zaten heel wat markante figuren tussen in de wijk. Iedere ochtend parkeerde ik mijn auto in de straat voor het fort. Daar lag een vrouw op bed, die ik moest wassen en zwachtelen. Ze was rond, maar het blozende hoofd had plaats gemaakt voor een lijdend gezicht. Ze had pijn als ze zich verroerde. Daarna dronk ik steevast koffie met hen. Haar man had eerst alle hulpmiddelen aangedragen, wasbak, washandje, handdoek, schoon ondergoed en een schone nachtpon. Daarna bracht hij drie bekers koffie. Ik dronk bij het oortje, omdat de bekers bruine en nog vuile randen hadden, maar dat was me bekend. Dat gesprekje daarna was van grote waarde. Het ging niet om de inhoud of de vragen die ze kwijt konden, maar om de aandacht. De man en de vrouw in dat bedompte kamertje, hun eenzaamheid in die loop van het leven.
Een ander stel beschikte over een aangepaste badkamer. De vrouw lag in een gipskorset en moest elke morgen even eruit, gedoucht en terug in haar harnas. Er darden wat kinderen omheen. Er was hulp. Elke ochtend weer, minstens een jaar lang, stond ik er voor de deur.

Een huisje in het struweel, niet meer dan een houten barak, de geur van handgefilterde koffie en gekookte melk, vader in een klein kamertje naast de keuken, de struise dochter, een en al aanpakken, zorgde voor een behaaglijke omlijsting. Als vader gewassen was en weer terug in een schoon bed, keuvelden we de koffie weg. Zoete koek erbij met verse boter. Cadeautje.
De weeë geur van nachtemmers in het bedompte huis. In het schemerdonker de weg vinden en de man zijn zwachtels aan doen. Dan kon hij zelf weer vooruit. Eerst de nachtemmer in de put voor het huis middenop het plein legen. Ziezo, de dag kon beginnen.
De bleke doorschijnende man in het bed, zijn in-verdrietige vrouw ernaast. Alles deed hem zeer. Ook hier een plastic teiltje met warm water. Behoedzaam schoof het washandje onder de stakerige oksels, door de scheuten heen toch nog steeds een paar kwinkslagen en een beverige lach. ‘We moeten er het beste van maken’ zei de vrouw. Dat kan een heel verschillende beleving geven. Deze drukte zwaar op hen beiden. Het zou niet lang meer duren.
De man zonder neus met zijn PSP=affiche tegen het zolderraam om alle piloten te helpen goede keuzes te maken. Eerst zijn lelijke, te grote. plastic prothese eraf, dan de wondranden schoon maken en iedere dag weer het grapje. ‘Pas op hoor, niet te dichtbij anders bijt ik je neus eraf’. Wat een heerlijke man was het toch. Er was geen tijd om hem te douchen, dat moest hij alleen doen, maar hem even snel helpen met de was ophangen of in de machine stoppen, de keuken aan kant en voor een warme kop koffie zorgen, dat kon best als je snel doorwerkte. Mensen groeien op aandacht.
Al die badkamers en kamers rollen in gedachten over elkaar heen, maar de mensen staan haarfijn op het netvlies en zijn daar altijd gebleven. Ieder in hun eigen kracht.
Gebruik jouw kracht maar goed voor jezelf. Toitoi
LikeGeliked door 1 persoon
Zeker, nu wel 🍀
LikeGeliked door 1 persoon