Overpeinzingen

Niets veranderlijker dan een mens

Kauw vliegt in de dakgoot en steekt zijn koppie over de rand om nieuwsgierig naar beneden te kijken. Een koddig gezicht. Met zijn schrandere kraalogen neemt hij alles in ogenschouw om daarna weer weg te vliegen. Er ligt geen voer op de voederplank, dus hier valt niets te halen. Gisteren kwam de witte poes van de buurvrouw een kijkje nemen op het balkon. Voorzichtig balancerend op de rand van het hek en met een elegante sprong er van af, om zich te nestelen onder de stoel, droger dan elders. Toch een beetje poes rond het huis.

Het regent erg veel en alles is doordrenkt. Op de tuin moet het nu een grote modderpoel zijn tussen de twee sloten in. Tussen de buien door spoedden we ons naar de auto om richting tandarts te gaan. Lief kon gelukkig ook bij haar terecht. Er hangen drie mooie doeken van Richard van Mensvoort in de wachtkamer, waarvan ik er een altijd stiekem een beetje op mij vind lijken. Lief zei tijdens het wachten precies hetzelfde. Alleen haar laarsjes met hakken kloppen niet. Hij vertelde het ook aan de tandarts, die extra kwam kijken en het beaamde. Op het schilderij was mijn haar nog kastanjerood. Grappig.

Allebei de gebitten zijn weer lekker fris en gepolijst. Ze hoeft nooit veel te doen. Hier en daar wat tandsteen in de verloren hoekjes en klaar zijn we weer voor een half jaar.

Vandaag is het tijd voor kleindochter. Helaas zijn er op dinsdag nooit theatervoorstellingen te vinden. Logisch natuurlijk, maar het had wel heel leuk geweest af en toe. Om naar een speeltuin te gaan met dit weer is niet te doen. Het zal opnieuw een middag knutselen worden.

In het boek ‘Rebelse genieën’ wordt een ritje met de postkoets beschreven aan het eind van de 18e eeuw. Dat was niet bepaald zoals ik me had voorgesteld. Ik wist al wel iets door de biografie van Erasmus, maar Andrea Wulf beschrijft een en ander nog beeldender. Ze zaten afgeladen vol, onderweg sliep men in herbergen op strozakken en daardoor zat men onder de wandluizen, in de koets zaten ze boven op elkaar en men hotste en botste tegen elkaar aan. Mensen boerden, lieten winden, rookten en aten. Op de koets lagen postzakken en valiezen hoog opgestapeld. Kostbaarheden hielden mensen angstvallig bij zich en juwelen werden in de kleding genaaid uit angst voor overvallers. Geen pretje dus. Dan hebben we het nu wel heel wat makkelijker. Al vond ik een zweem van het opgepakt zitten ook terug in de metro’s in Parijs, even als het hotsen en schudden, daarbij dan ook nog met een immens lawaai van staal op staal.

Ik kende alleen de beschaafde versie van een ritje met postkoetsen. Dames in prachtige jurken in schone koetsen met hooguit nog drie andere passagiers in een innemend gesprek gewikkeld. Glanzende zwarte paarden ervoor met veren in hun hoofdtooi. De koninklijke versie zal ik maar zeggen.

Als ik had willen reizen in die tijd had ik dan zo’n postkoets als eerst beschreven staat, genomen? Het klinkt allesbehalve aantrekkelijk. Zou ik in de gelegenheid zijn geweest om een paard te berijden. Dat heeft me nooit heel erg getrokken. Ze zijn groot met een enorme mond met sterke tanden, maar ook met de liefste ogen die er zijn. Ooit kwam er een kleine jongen binnen op de IC van neurochirurgie, die een trap van een paard had gehad. Misschien is dat beeld me altijd bij gebleven. Sommige gebeurtenissen vergeet je nooit of gaan zelfs een eigen leven leiden, waardoor de angst alleen maar groter wordt. We werden vroeger veelvuldig gewaarschuwd voor een trap met de achterbenen. Dat speelt natuurlijk een grote rol. Mijn vader had wel een paardrijbroek liggen thuis. Daarin speelde ik bij de gidsen in de jaren zestig de rol van Sultan. Zo kwam die nog goed van pas. Verder dan dat ben ik qua paard nooit meer gekomen. Nu omarm ik het liefst alle dieren. Er is niets veranderlijker dan een mens.

5 gedachten over “Niets veranderlijker dan een mens

  1. Breek me de bek niet open over tandartsen. Ik heb een ontsteking, veel pijn, ik leef op pijnstillers momenteel en toch kan ik pas vrijdag gaan😦. De uren duren dagen.
    Toen ik het doek zag, dacht ik ook onmiddellijk dat jij het was, ik ken je natuurlijk niet zo goed. En vreemd, ik zag ook de laarsjes en dacht in stilte ‘ah zo’ 😉

    Geliked door 1 persoon

    1. Ach Lieve, dan heb je nu vette pech met het gebit. Toen ik bij deze tandarts kwam jaren geleden, was ik er ook zo aan toe. Ze heeft me toen zo goed geholpen dat ik er nooit meer last van heb gehad. Niets ergers dan zeurende pijnen.
      Wat leuk dat je het dacht en dat de laarsjes je onmiddellijk opvielen. Zo leer je elkaar kennen uit de verhalen die we schrijven. Zo leuk. ❤️🍀🌈

      Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.