Overpeinzingen

Werk aan de winkel

Gisteren was kleindochter jarig, maar vandaag viert ze het kinderfeestje en zondag het echte feest. Ze zal ongetwijfeld ook nog een feest krijgen bij haar vader. Jarig in alle facetten. Vanmiddag ga ik een atelier geven en de andere oma een workshop cake bakken. Altijd leuk om te doen.

Rond twee uur reden we spoorslags naar Amersfoort, waar zoonlief met de drie kleine porken ons al verwachtte. Een tas vol boeken voor de schatjes. De evergreen voor de jongste telg: Raad eens hoeveel ik van je hou, voor de benjamin, die nu benjamin af is het boek: Mijn moeder zegt dat monsters niet bestaan en voor de kleine krullebol: De boom met het oor en dan voor alle drie een verzamel gedichtenboek, waar ik nu de titel al weer van ben vergeten.

De oudsten waren alle twee in september en oktober jarig geweest en toen schitterden wij in afwezigheid. Dus stond er een compensatie tegenover. Het werd een genoeglijk middagje. Ze waren uitgelaten druk, de twee broers, omdat er bezoek was. Ze speelden met grote ballonnen, die in oranje en blauw door de lucht schoten. De oudste probeerde nog de rust te pakken met zijn autootjes, maar zijn maatje kwam hem steeds storen. De kleine na-aper wil alles doen wat grote broer ook doet. Het eeuwige spel en dan in de orde van grootte: Alles wat jij kan, kan ik lekker ook of beter.

Tussen alle bedrijven door ontspon zich een gesprek over het, min of meer flexibele, werk van fysiotherapie van beiden, de problemen met de opvang, de school. Om drie uur kwam schoondochterlief naar huis om de kleine de borst te geven en hoefde ze niet meer terug naar het werk. Fijn als dat zo geregeld kan worden, al lijkt het idealer dan het is. Ze vinden er vast een oplossing voor.

Op de terugweg had heel de provincie Utrecht zich op weg begeven en kwamen we, ondanks de kruip-door-sluip-door-weggetjes toch nog vast te staan. De rit duurde een uurtje langer dan normaal, maar het was lekker warm in de auto, de radio stond aan en we hadden het boek om over te kletsen, want lief was inmiddels ook helemaal in de ban van Het Ongelukskind.

Ik ben ondertussen in Rebelse Genieën van Andrea Wulf begonnen, een dikke pil, maar gelukkig tellen de voetnoten en het dankwoord al 163 bladzijden. Ze volgt in het boek een groep ‘briljante geesten’ die zich rond 1800 in Jena hadden gevestigd, een Duits Universiteitsstadje. De kritieken zijn lovend, dus ik ben zeer benieuwd.

Appje van zoonlief. Had ik gerekend op 6 kinderen, blijken er straks 12 feestgangers te zijn. Haha. Dat wordt een lekker druk atelier. Ze hebben voor alle materialen gezorgd en ik kan zonder meer aan de slag. Geen probleem. Ik ben er natuurlijk 15 tot 33 gewend. Of ik ook nog een ezel en een doek nodig had, vroeg zoon. Maar dat wil ik niet, want als ik iets op het doek zet dan gaan ze het al gauw precies nadoen. Alle ruimte voor de vrije expressie. Daar hou ik van.

In januari hebben we een tentoonstelling van de etsen die we door de loop der jaren bij de graficus Han van Hagen hebben gemaakt. Ik dacht dat het om de verkoop ging en schreef hem gisteren dat er niemand op mijn krabbeltjes zat te wachten. Door één van de leden was ik op het verkeerde been gezet. Die had al keurig alles ingelijst en er een prijs bij gezet, alles op een keurige lijst met naam en toenaam en met een hele doopceel van de maker. Daar voelde ik me absoluut niet toe geroepen. Maar Han overtuigde me dat het ging om het plezier dat we tijdens de grafiek-weekenden altijd hadden en dat hij daarom deze tentoonstelling had georganiseerd. Dat is wat anders. De aangename bijeenkomsten een keer per jaar dienen zeker gevierd te worden, nu het afgelopen is. Dus moet ik gaan uitzoeken, welke etsen in aanmerking komen. Werk aan de winkel.