Overpeinzingen

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen

Het had nog heel wat voeten in de aarde voor ik mijn pakketje te onderzoeken materiaal kwijt kon bij de laborante. De urine zat in het verkeerde potje. Het moest een pipet zijn dat je met een wit potje bij de huisarts kon krijgen. Nee, ze had toevallig net de laatste twee weggegeven. Op naar de dokterspost. Nieuw potje en alles overgegooid. Pipetje in de dop, pipetje vulde zich en weer terug naar de laborante. Zo ben je tenminste even van de straat.

Truus rijdt weer als een zonnetje. Fijn. We hadden nog even tijd vlak voor ik de kleine kunstenaar op moest halen en in dat loze uurtje vond ik zowaar een goedkopere versie van de Cobraverf in, notabene, een winkel in IJsselstein op tien minuten rijden. Hoe kwam ik aan die mazzel. Gauw besteld, want dan kan ik hier ook aan het werk.

Om bijna twee uur stond ik voor de school. Het was een beetje koud. De allereerste vraag was weer of ik de tablet bij me had. De filosoof was met zin vrienden druk aan het voetballen en had nog net tijd voor een knuffeltje. Hij ging mee met de BSO. Wij reden n aar huis, waarbij kleindochter steevast opmerkte als we in de buurt van de kerk kwamen, ‘Hé, die ken ik’.

Schoonzoonlief was thuis aan het werk en bezorgde ons de eerste lafenis. Een kop thee voor mij en een banaan voor de kunstenaar. Met grote gretigheid hoorde ze mijn beknopte uitleg aan en ging aan de slag met bibberige lijntjes. Het werden monsters, twee stuks, kleuren monsters met dat prachtige roze, dat ook in het wiel zat, haar lievelingskleur. Ze woonden in een hol in de boom, dat versiert was met kleurrijke vlaggetjes. De eerste heette Abalini en de tweede Embekkia. Natuurlijk.

Toen ze een Engels liedje begon te zingen, begreep ik waar die vreemde namen vandaan kwamen. Een verbastering van de Engelse tekst onthulde een klein stukje van haar denkwijze. Grappig hoe dat werkt als kind. Zo heb ik zelf ook hele verhalen verzonnen bij de grootspraak van ooms en tantes op de verjaardagsfeesten bij mijn ouders thuis. Verbasteringen zijn goud waard voor het voeden van een creatieve geest.

We dronken thee en water, zongen liedjes, maakten opnieuw de Barbapappa-puzzel, die we nu welhaast met de ogen dicht konden leggen, knutselden en tekenden wat en toen was de middag alweer om. Haarvader vond het knus, die geluiden van beneden en dat was het juiste woord voor de sfeer.

Het was op de weg niet zo druk als de vorige week en na het boodschappen doen reed ik op huis aan. Toen ik het woonerf op hobbelde zag ik achter me een auto met rood oplichtende letters ‘Stop’. Huh, politie. Ik zette de auto aan de kant en er verscheen een streng hoofd voor het raampje. Waarom ik zonder licht reed. Ik wist me van de prins geen kwaad. Het bleek dat ze bij de onderhoudsbeurt het licht weer van de automaat hadden afgehaald. Bij de winkel had ik daar niets van gemerkt omdat die verlicht was. Wat suf. Rijbewijs tonen. De man vroeg nieuwsgierig naar de onderhoudsbeurt, ‘Nu al?’ Verbazing in zijn ogen, ‘Dan rijdt u veel’. ‘Inderdaad, 18.000 km mijnheer’. ‘Niet meer zonder licht rijden hoor, zonde van zo’n mooie auto als daar iets mee zou gebeuren’. ‘Jawel mijnheer de agent’. En weg reden ze weer.

Intussen staat Truus haar licht weer op de automatische stand. Een ezel stoot zich geen twee keer aan de zelfde steen.

2 gedachten over “Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen

Reacties zijn gesloten.