Overpeinzingen

Om vast te leggen

Gisteren begon de dag in alle rust en om kwart over elf waren we op weg naar de Wijnberg, om vriendinlief op te halen en weg te brengen naar haar advocaat in een voorstad van Pécs. Ze lag voorover op haar buik op een wit laken en voor haar stond een ijzeren luik waar ze net boven uitkwam. een koddig gezicht, maar toen we zagen waar ze mee bezig was was er alleen nog maar respect. Ze had een bakootje in haar hand en moest diep in de donkere put buiten tussen allerlei kruipend en spinragmakend gedierte door de waterkraan afsluiten. Er had ooit een kraantje gezeten, maar die was allang verdwenen, vandaar deze spartaanse methode.

Verder was alles aan kant. Het huisje keurig opgeruimd, dierbare spulletjes apart gelegd, die nog mee moesten en of hier op zolder een plekje kregen of die we later langs zouden brengen bij haar op haar eiland en ze had een mandje proviand, waaronder de enorme colafles rode wijn van de buurman en veel verschillende soorten kazen.

We kregen de sleutel en zouden later de fiets en de twee bamboe-ligstoelen ophalen. Zo konden we richting het adres van de advocaat, die zou helpen met de verkoop van het huisje en het grote stuk land dat er voor lag. De laatste foto’s voor het huis, dag land, dag tuin, dag opbergschuur en klaar voor vertrek. Een laatste blik, een laatste verstilde snik. Een gedeeld leven was nu voorgoed afgesloten. Moeilijk en dapper om verdriet dat zo aanwezig is, ook hier op deze geliefde plek een eigen ruimte te geven. Ze wist dat ze het alleen moest doen om de emoties te laten golven zo ze zich zouden aandienen. Nu was ze er klaar voor en mee.

Bij de advocaat werden we op het terras aan de tafel gestald. We waren veel te vroeg. Tussendoor kreeg ik een telefoontje van zoonlief, waarin de kleine krullenbol trots vertelde dat hij eindelijk naar school mocht.Hoera, daar was hij helemaal aan toe. Wat fijn voor hem. Terug naar de advocaat, die er nog niet was. Het bleek nog een tamelijk jong iemand te zijn, want we hoorden een kind protesteren, waarschijnlijk omdat het tijd was voor een middagslaapje.

Toen hij kwam was meteen het hele terras gevuld met zijn persoonlijkheid. Niet dat hij er op voorstond, maar tjonge jonge, wat een rappe associaties had hij voor ons in petto, met de bijbehorende verhalen van de familietakken op de eilanden en de verwevenheid daarvan met Hongarije, waar hij grotendeels de verkoop van huizen regelde. De regels zijn aanzienlijk lastiger dan bij ons, maar als je de weg in dit doolhof kende, dan kon je het met het grootste gemak afdoen. Wel zijn er dan ambtelijke aanpassingen die het nodige vergen.

Het was verbazingwekkend, die spraakwaterval, die we over ons heen gestort kregen. En passant was er aandacht voor de antieke suikerpot, een exemplaar uit onze jeugd, die we alledrie vanuit het ouderlijk huis nog kenden, het roemen van andere kwaliteiten dan alleen die van hemzelf en het koningshuis.

Eenmaal de formulieren ondertekend en ook Lief te hebben aangehoord over het op zijn naam zetten van ons huis, konden we afscheid nemen en kregen we ieder een prachtig fotoboek mee van een bevriend kunstenaarsechtpaar, die hier in Hongarije woonden en de bevolking in stemmig zwart/wit vroeger en nu hadden vastgelegd.

Een warm bad, daar waren we het allen over eens.

In Pécs was het hotelletje midden in de stad en wachten we in de grappige hal tot vriendin klaar was met het parkeren van de bagage op haar kamer en gingen op zoek naar een authentiek Hongaars restaurant. Van vier jaar geleden wist ze nog een adres. De inrichting was nog hetzelfde maar de kaart was volledig vernieuwd en rundvlees ontbrak nu op de kaart, maar er was wel de keuze uit vijf vegetarische gerechten met een hoog frituurgehalte. Wonderlijke gewaarwording.

We aten teveel, rebbelden aan een stuk en genoten. Afscheid zou voor korte duur zijn, beloofden wij en de foto’s die er gemaakt waren zouden we doorsturen. Zo’n mooie nieuwe vriendschap is er een om vast te leggen.