Overpeinzingen

Hoe het balletje rollen kan

Het is vier oktober en dierendag. Dat hebben we hier gemerkt. Buiten grote getale mussen en koolmezen die er altijd al zijn, meer dan normaal, hadden we gisteren ineens een muisje in huis. Mijnheer of mevrouw Veldmuis trok parmantig van poot naar poot en schoot dan weer onder de verwarming of onder de boekenkast al naar gelang hij/zij er in de buurt was of niet. We hadden een doos meegenomen van vriendinlief die nog steeds afscheid aan het nemen is van haar kleine paradijsje en daar zat deze verstekeling vermoedelijk in. Tja, we hebben geen Snorrebaard (ken uw klassiekers) of Pluis hier rond lopen, dat wordt dus helaas het betere vallen-werk. Muis in huis tijdens afwezigheid wil een mens nou eenmaal niet. Bovendien kan het beter bij de sokkippen van de buurman een graantje meepikken.

Net vloog er een Vlaamse gaai laag over de grond, peuzelde merel in alle rust een druif weg en…Zag lief een eekhoorn omhoogklimmen naar dat zelfde lekkers boven op de pergola. Helaas te snel voor de foto. Voordat ik was ingesteld schoot hij de grote spar in aan de zijkant van het huis. Een week geleden was er al een grote egel voorbij gewaggeld. Heerlijk om de natuur om en rond het huis te hebben. Wat boffen we toch.

Gisteren bij vriendinlief op de wijnberg ontdekten zij en ik steeds meer overeenkomsten. We hebben dezelfde ideeën over opvoeden, over consumptie, over boeken, over eenvoudig en klein leven. Ze komt van Texel en straks gaan we haar natuurlijk opzoeken. Het is het enige eiland waar ik nog nooit ben geweest. Lief heeft een tijdje op Texel gewoond en kent haar al heel lang. Hier in Hongarije heeft hij haar man vaak geholpen met het opknappen van het Wijnhuisje. Hij hielp mee met het opkalefateren van het dak en allerlei kleine reparaties. Dergelijke huisjes staan op de ingang van een wijnkelder, de Hongaren hebben er vaak een perceel druivenranken voor staan. Ze zijn daar op de berg veelvuldig te vinden. Buurman Zoltan had een tweeliter fles cola met zelfgestookte rode wijn uit eigen voorraad aan haar gegeven, die we nu eens gingen keuren. In tegenstelling tot bij ons wordt ze koud gedronken.

Het wijnhuisje

Vriendinlief had binnen een driewielerfiets van haar man staan, die ze aangeschaft hadden toen gewoon fietsen niet meer ging. Daarmee kon hij nog wel naar het dorp. Ze heeft de fiets eigenhandig naar het verpleeghuis in het dorp gefietst en gaf aan dat ze nu nog eens extra begreep hoe veel kracht daar voor nodig was om hem over de berg te krijgen. Soms besef je achteraf pas wat een aandoening kan betekenen, als je zelf geconfronteerd wordt met wat het aan inspanning kost. Mooi om te bedenken. We babbelden over mantelzorg en hoeveel energie het kost om vooral de medici ervan te overtuigen dat iets bijna onhoudbaar is geworden in praktische zin. Ze heeft zich, net als mijn moeder, vaak niet gehoord gevoeld. Het verpleeghuis was een ander verhaal. Alsof je in de jaren vijftig stapt, zo voelde het. Na aangenaam kouten en borrelen met haar ieniemienieglaasjes reden we in de vroege avondzon naar huis met de verstekeling en de doos, maar niet voordat we beloofd hadden haar donderdag naar Pécs te brengen, vanwaar ze vrijdag naar Nederland zou vertrekken per trein.

Zoonlief heeft achter elkaar twee vragen gestuurd. Wat herinner je je het meest van elke plek waar je hebt gewoond? Zijn er speciale herinneringen aan de steden is nummertje 27 en Wat zou je aan de toekomstige generaties over jouw leven en ervaringen willen doorgeven bijvoorbeeld voor de kleinkinderen in 2050/2060 is de volgende.

Daar gaan we maar weer eens uitgebreid voor zitten. Wat de laatste vraag betreft is het lichten van de volledige doopceel met het totaal pakket aan vragen meer dan genoeg, lijkt me. Maar toch. Met overpeinzingen weet je nooit hoe het balletje rollen kan.