Overpeinzingen

Voor al wat leeft

‘De zoete last van het ongeleefde leven’ lees ik in de column van Marja Pruis in de digitale Groene. De zin blijft hangen door de verfijning en daarmee de verfraaiing van het onderwerp. ‘Het ongeleefde leven’, is dat het oorspronkelijke leven dat je voor jezelf gewenst zou hebben toen je eraan begon of is het de gedachte aan wat het allemaal geweest had kunnen zijn terwijl het jouwe al grotendeels heeft plaats gevonden.

De dag is vroeg begonnen. Kwart voor vijf en klaar wakker, omdat ik eigenlijk iets te benauwd ben. Opstaan, koffie maken en langzaam de duisternis plaats zien maken voor het ontwaken van de dageraad, tot de buurman twee huizen verderop een grote bouwlamp aanklikt die daar een einde aanmaakt, maar wel weer sprookjesachtige taferelen op de muur van het terras tovert.

Ongeleefd, dat is dus het niet dag zien worden door een buurman die je dat pretje ontneemt. Ongeleefd is wat er nu gebeurd op andere plaatsen op de wereld, waar ik geen deel van uitmaak. Wacht even, dat is mijn ongeleefde leven, maar het is wel degelijk geleefd. O jeetje. Filosofisch denken en dat zo vroeg in de ochtend. Ongeleefd kan al niet, als ik mijn corrector moet geloven. Het zou ‘onbeleefd, ingeleefd of ongeliefd’ kunnen zijn, maar ongeleefd is het geen van drieën. Die drie begrippen kunnen zich wel voordoen in dat ongeleefde leven van mij, zou zelfs een thema kunnen zijn. Stel je voor dat ik ongeliefd was, of onbeleefd, hoe zou dan mijn ongeleefde leven eruit hebben gezien. Chaos in dat wakkere hoofd van mij.

Gisteren heb ik lief geschilderd. Dat wil zeggen, een jongere en vrouwelijke versie van hemzelf. Nu vind ik het wel een mooi portret, maar het is maar een zweempje hem. Natuurlijk zou ik het aan kunnen passen, maar ik geloof dat ik er voor kies het helemaal over te doen en dit portret te laten zijn zoals het is. Een vleug herkenning.

Lief was in de tuin aan het schilderen met zijn kleine zaag en zijn scherpe blik. Hij heeft al doende een Berceau of loofgang gecreëerd aan de linkerkant van de tuin. Deze zichtlijnen zijn er nu overal. Zo schep je diepte in een landgoed en schoonheid. Dat heet schilderen bij hem, alleen bij hem naar de werkelijkheid. Haha.

Er liep net een wonderlijk beestje in de slaapkamer. Bij nader bekijken met de zaklamp van de telefoon zag het eruit als een verzameling pootjes. Geen spin, maar bij nader onderzoek, lief had hem naar de vloer van de gang geloodst, bleek het toch uiteindelijk een prachtig krekeltje te zijn. Hij bleef tenslotte heel stil zitten op de hand van lief. Dat leverde een paar mooie plaatjes op. Ik zeg: ‘Krekelgeluk op de vroege morgen brengt vast een dag zonder zorgen’. Denk ook onmiddellijk aan de krekels van Vasalis, die in Afrika geconfronteerd wordt door een plotseling aanzwellend getjirp van krekels, waarmee ze zich bewust wordt van de tijd, een klok die tikt en die maar doorgaat.

‘Er is geen rust. Er is geen nacht/oneindig en geen stilte stil./Geen groot verlangen, geen enkele wil/kan maken, dat hij even wacht,/de eenmaal aangevangen tijd.’

De krekel zit nu veilig buiten, op de bladeren van de hosta en kan tjirpen tot in het oneindige. Fijner voor dat mooie beestje en beter voor ons. Een tjirpende krekel in je kamer brengt een enorm lawaai met zich mee. Ooit zat ik in Huize het Oosten en hield de wacht, toen krekels ook een concert aanhieven en ik bang was dat de hele ziekenboeg klaar wakker zou zijn als het lang zou duren. Maar even plotseling als dat het opgekomen was, ebde het ook weer weg.

Het is weer inktober en gisteren was het item: Dream en in mijn beleving kan er maar een droom bewaarheid worden. Een betere wereld voor al wat leeft.