Door het plotselinge temperatuurverschil kreeg ik al rond een uur of vier verschrikkelijk trek in een zelfgebrouwen heldere soep. We hadden de dag ervoor Japanse champignonnen op de kop getikt, dus met uien, veel knoflook, paprika au julienne, de champignonnetjes in de olie gesmoord, afgeblust met een bouillon en een vierkantje Chinese noedels erin, zaten we om vier uur al aan een heerlijke opkikker, gegarneerd met een lente-uitje. Altijd als ik te koud voel of rillerig is dit de remedie om je aan te laven. Snel klaar en voedend.
Daarna keken we de film over Breivik zijn gruwelijke acties op het eiland, waar de socialistische jongeren bij elkaar waren gekomen voor een zomerkamp. Het volgde een groot deel een van de nabestaanden en het proces tegen de ultra rechtse nationalist. Niet een film om vlak voor het slapen tot je te nemen, trouwens. Er volgde nog veel denkwerk voor ik de slaap kon vatten en natuurlijk leverde het weer wonderlijke dromen op. In de ene werd onze Truus door een of andere onverlaat in de Laryxstraat op een trailer gereden en moesten we hemel en aarde bewegen, ik, mijn vader en mijn broer, om de man ervan te overtuigen dat hij de auto weer netjes terug diende te zetten. In de tweede droom was ik druk aan het werk op school, maar verder herinner ik me daar niets meer van.

De ochtend begon voornamelijk met lezen in Piet van Eeghens biografie, waarin nu eindelijk het Vondelpark aan bod kwam en ook het Sarphatipark wordt genoemd. Lief inspecteerde ondertussen de zolder en kwam met een verdroogde mus naar beneden. Alles was droog gebleven na alle stortbuien van gisteren en vannacht, waarin het weer behoorlijk te keer was gegaan met onweer en veel nattigheid.
Zo kabbelen de dagen van binnen zitten aan ons voorbij en doen we kleine klussen in en om het huis. De scheefgroeiende Yucca’s zijn verpot en indien dat wenselijk was, gekortwiekt, alles is gestoft en gestofzuigd en het schrijven gaat tussen de bedrijven ook gewoon door.
De vraag van vandaag kwam van de andere dochterlief: ‘Hoe of ik hun vader heb leren kennen en wat me was bijgebleven van de eerste periode samen. En wat ik leuk aan hem vond en hij aan mij.’
Ik had dat al wel aangehaald, maar nu draai ik dus de film terug naar het allerprilste begin van de ontmoeting. Deze schrijfperiode zet mijn tijdsbegrip soms op een andere voet. Met een been in het verleden en een been in het heden is niet altijd even makkelijk. Daar had ik ook last van toen ik mijn moeders dagboeken uitschreef en ineens weer in de jaren zeventig vertoefde. Bij het uitwerken van de brieven aan Lief en mij was dat weer erg fijn, dat hinkepinken op twee benen, omdat we toen net weer met elkaar omgingen en niet alleen het nieuwe samenzijn gestalte kreeg. maar ook de herinneringen aan het allerprilste begin weer tot leven kwamen. Dubbel verliefd zeg maar. Hoe het leven toch lopen kan.
Ik bedacht me vannacht wel, dat de antwoorden natuurlijk ook vanuit het moment geschreven zijn en in de rust en stilte die me nu toekomt. Dat zorgt er voor dat ik alles goed kan overdenken. Toch blijven het te allen tijde momentopnames. Voor de grap zou ik, om een vergelijk te hebben, volgende maand of over een half jaar, dezelfde vragen nog eens moeten beantwoorden. Zijn de antwoorden dan nog even identiek? Dat is de vraag. In hoeverre tellen omstandigheden mee, ook al teer je op naar waarheid beantwoorde herinneringen. Interessante materie. Iets om aan een nader onderzoek te onderwerpen. Bovendien gaat het om een gekleurde waarneming. Het is hoe ik het ervaren en beleefd heb. Zoonlief had heel fijntjes geschreven dat ik hen niet hoefde te sparen in mijn antwoorden. Lief hoor. Dat is waarom ik zo veel van ze hou. Hij kent dat moederhart van buiten en straks ook helemaal van binnen. Nog elf vragen te gaan.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.