Overpeinzingen

En geldt het niet voor alles wat we doen

Lief voert hele stukken fluweelboom naar achteren. De bomen achter het prieel moeten er aan geloven. Ze zijn te oud en vallen om bij de minste of geringste storm. Het zijn eigenlijk mooie parasollen, maar als je er een in de tuin zet, heb je er binnen een oogwenk ontelbaar veel staan aan spruiten. Dat is het mooie van de natuur. Ze geeft zelf het werk aan dat staat te gebeuren. Als je er voor open staat, helpt zij mee beslissen.

Hij kwam trouwens met twee glanzende pruimen aan. Er staat een boom volop met vrucht helemaal achter in het bos, bij de oude appel en perenboom. Die had ik nog niet ontdekt. Iedere wandeling is er een van wonderen. Steeds weer ontdek je nieuwe veranderingen.

De vierde vraag van zoonlief is er ook een om langer over te peinzen:‘Welke dag of welk moment uit je leven zou je willen herbeleven als dat zou kunnen en waarom?’

Eigenlijk zijn er diverse mooie momenten in het leven. Parels noem ik ze meestal. Dat is wat ik schrijven moet, denk ik. De ketting die leven heet en die me siert, dat zijn de dagen die fijn zijn om aan terug te denken. De geboorte van de kinderen op de eerste plaats. Een opnieuw geboren worden als vrouw, als moeder met alle oerkracht die er in ons huist. Dat waar mannen jaloers op zouden kunnen zijn. Dat ons nederige lijf tot zoiets moois in staat is, is een wonder op zich.

Wat ook bijzonder was, is de opbloeiende liefde die me na 26 jaar alleengaan overkomen is. Het feit dat we samen lief en leed weer mogen delen en de rijkdom waar we van mogen genieten. De reizen samen die we daardoor weer kunnen maken, de mooie plekken die we op ons pad vinden, de intense beleving en het ontdekken van die nieuwe wereld.

Of ik het zou willen herbeleven allemaal is moeilijker te beantwoorden. Gebeurtenissen passen in het tijdslot waar ze zich in bevinden. Iedere stap die gezet wordt is een waarborg voor de volgende. Daar zou ik niet in willen roeren, omdat het leven dan een hele andere wending zou hebben gehad.

Ik las de profielschets van Joost de Vries in de Groene over Robert Oppenheimer , die te boek staat als ‘De vader van de atoombom”. Wat een wonderlijke figuur was dat toch. Aan de ene kant bijzonder poetisch, erudiet, hij las sanskriet, was een bewonderaar van de Baghavad Gitä en vreemde talen leerde hij in een oogwenk. Hij behoorde volgens de auteur tot de grootste abstracte denkers in de academische wereld. Toen hij voor het eerst hoorde dat de kern van een atoom te splijten was, kon hij niet anders dan voortgaan op die weg. Hij vond dat hij geen keuze had. Dat het een fact of nature was. God heeft het gedaan, of de schepper of in wie of wat je gelooft. Dit is moeder natuur en dus is het onvermijdelijk. Je kunt je er niet voor verstoppen. We bezitten het proces niet. We hebben het niet bedacht. Het bestond altijd al als een mogelijkheid’. Maar Oppenheimer was, tragisch voor hem, het ene genie dat de mensheid naar dat onvermijdelijke punt bracht. De trailer van de pas verschenen film van regisseur Nolan belooft een aangrijpende film. Hoe zou de man op zijn daad en zijn leven hebben teruggekeken. Toch de moeite waard om te gaan kijken, lijkt me.

Nog even wat aardse zaken. Gisterenmorgen kwam lief ineens aanzetten met mijn bril. Die had ik bij het snoeien van de druif verloren en was niet meer boven water gekomen. Gelukkig loopt hij steeds zeer bedachtzaam door de tuin en zag ineens iets glinsteren toen de zon er op scheen. Ik hoef hem niet vaak meer te gebruiken, maar soms is het nodig als leesbril bij al te kleine lettertjes. En juist die had ik nodig voor het lezen van het artikel. Hoe een en een twee wordt, oftewel: Toeval bestaat niet. En geldt dat niet voor alles wat we doen?