Overpeinzingen

Voor al wat nog komen ging

Regen komt met pijpenstelen naar beneden. Het zet een streep door de maaibeurt die we de tuin wilden geven. Niet getreurd want er is genoeg te doen. De zolder moet verder leeg. Het is mooi om te zien hoe het langzaam maar zeker dankzij de timmeractiviteiten van zoonlief steeds meer een knusse kamer wordt. Hij heeft er lol in en dat is de garantie op doorzetten.

Op de witte kasten die er staan staan, liggen nog lijsten, ernaast staat een rol met schetsen van een van de eerste tekencursussen en een rol van later, met tekeningen a la Dumas, ergo portretten met gewassen inkt. Foto’s maken en in de vuilniszak.

Tussen de papieren en de stapels platen vind ik nog een bakje met brieven van lieve vrienden. Die ik na het lezen toch laat verdwijnen. Wat heeft een ander aan deze correspondentie. Geen eindeloze, maar te hooi en te gras een brief, van mensen waar men zich geen voorstelling van kan maken. Met mijn moeders brieven kan ik inderdaad zo’n dik boek vullen zoals van Gogh aan zijn broer en diens vrouw. Maar de rest mag weg. Hier en daar een foto en vort met de geit.

À la Dumas, schetsen en in de zusterpost.

Ik kom een mapje tegen met mijn vierde jaars verpleegstersspeld, rapporten en beoordelingen, stageplekken, oproepen voor de eindgesprekken en wie de mentoren waren. Dat bracht me in vogelvlucht terug naar 1977 in het oude AZL. Met de namen kwamen de gezichten door alsof ik in een glazen bol keek. Ineens viel alles op z’n plek. Het was een tijd, waarin ik de herinneringen in het diepst verborgen laatje in mijn hoofd had gestopt. Het was alsof de deur opensprong. Er was een lijst met kledingvoorschriften: Onder andere mochten dames alleen japonnen dragen. We kregen er acht. Er moest verplicht een witte onderjurk onder. De schoenen moesten van een gesloten model zijn, zwart, wit, donkerblauw of bruin, van een zodanig maaksel dat de patiënt géén hinder ondervond van het lopen, geluiddempend materiaal. Geen suède. Zweedse klompen waren verboden.

Ook de nagels moesten goed verzorgd en kort geknipt zijn en lang haar diende te worden opgestoken, half lang mocht niet in het gezicht hangen. Maar fantasiekousen mochten in het vierde jaar wel, netkousen weer niet. Dat was al een hele vooruitgang, want in het begin van de opleiding mochten we enkel vleeskleurige kousen aan. Als je geen onderjurk droeg werd je naar huis gestuurd met een fikse reprimande.

Het hing in die dagen van regeltjes aan elkaar en dan hanteerde men in een Academisch ziekenhuis nog een tamelijk vrijheid. In de streekziekenhuizen was het vaak nog strenger. De hiërarchie was alom aanwezig. Het had voornamelijk te maken met het inkomen dat je had. Je was particulier verzekerd of zat in het ziekenfonds. Daar had je ook drie klassen afhankelijk van de hoogte van de premie. De eerste klassers lagen op klasse-afdelingen in een kamer alleen en kregen als snack in de middag saucijzen-of nierbroodjes en ander lekkers, en werden geconsulteerd door de hoogleraar of professor himself. Toch hebben we in de nacht wel eens een rolstoelen-race gehouden door de gangen van klas Intern als het te rustig was. In de ochtend bij de overdracht kwam de hoogleraar binnen met zijn wapperende schortpanden en werden wij verpleegkundigen geacht te gaan staan.

Op een van mijn rapporten prijkt een negen voor de verpleegkundige praktijk. Kennelijk ging het me nog zo slecht niet af. De opleiding was door de interactie die er was met patiënten, met collega’s, met artsen en co-assistenten, met het bezoek, een opstap naar de samenleving in een groter verband. Er werd een flink beroep gedaan op je empathisch vermogen. Eigenlijk waren het vier jaren van vorming voor het leven, waarin er veel gebeurde en soms je hele gedachtengoed door elkaar werd gehusseld. Gelouterd kwamen we na de diploma-uitreiking naar buiten met een goed gevulde rugzak voor al wat nog komen ging.

5 gedachten over “Voor al wat nog komen ging

  1. Toen ik 18 was, moest ik kiezen welke studie ik zou volgen. Ik twijfelde tussen verpleging en onderwijs, maar koos voor het laatste. Nog steeds heb ik grote bewondering voor verpleging. Inderdaad, empathie is een grote voorwaarde.
    Ook in het onderwijs waren regeltjes. Zo moesten wij panty’s dragen , zelfs in sandalen. Blote voeten waren verborgen terrein.

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.