Het heeft veel voordelen als je over een imaginaire geest beschikt. Immers daar rollen vaak de mooiste verhalen uit. Maar het kan ook tegen je werken. Vannacht hadden we zo’n staaltje anti te pakken. Tijdens het lopen naar de badkamer keek ik naar buiten en zag dat er wat gerommel was bij de auto. Ik keek nog beter en zag duidelijk een figuur die voorovergebogen aan de achterkant stond, zich af en toe oprichtte en dan weer verder ging met naar alle schijn, duistere praktijken. Van hier af kijk ik op de auto neer die op het parkeerterrein achter de tweede rij maisonnettes staat. Op gerede afstand dus. Hardop zei ik dat er iemand achter de auto bezig was. Lief gaf aan dat hij sliep. De lieverd kwam toch even kijken. Daar is niemand schat, je verbeeldt het je. Uiteindelijk moest ik het beamen. We lagen weer bijna te slapen toen we opgeschrikt werden door een explosie gevolgd door een grote rookwolk erachter aan, pal achter de bomenrij. Wat een wonderlijke nacht. Om dicht tegen de brede schouders van lief te kruipen.
Hij kent het wel van mij. In het verleden heeft hij en later de zonen meer dan eens door het huis moeten speuren op zoek naar vermeende inbrekers, gewapend met stoffer of iets anders wat voor handen kwam. Waar die angst toch vandaan kwam, weet ik niet. Ik heb het vaak verweten aan het boek ‘Pietje Bell en de bende van de zwarte hand‘. Je moet toch ergens een onschuldige verklaring vandaan halen. Dat boek had wel enorme indruk op me gemaakt.
Lief had destijds zwarte band judo en dat stelde me wel gerust. Als het moest zou hij me tot op het scherpst van de snede verdedigen. Nu ook nog, al zegt hij zelf dat dat vermoedelijk niet meer mogelijk is. Veilig en geborgen zijn twee begrippen die me nu doorgaans rustig laten slapen, behalve af en toe zo’n ene keer dan van teveel verbeelding of als schaduwen er een potje van maken.

De laatste rondgang door de tuin van dochterlief zorgde voor een dubbel energieverbruik. Niet alleen was de lucht vochtig en zwaar, maar de grasmaaier had er maar weinig zin in vandaag en ook al harkte Lief al het gemulchde gras eruit zodat het makkelijker zou gaan, sloeg ze om de haverklap af. Het wordt tijd voor een nieuwe, was onze conclusie. In ieder geval is de entree nu bramenvrij en het meeste gras gemaaid.
Vandaag komen ze thuis en met angst en beven zie ik dat mijn moeder haar schoonmaakemmers daarboven in de wolken allemaal tegelijk heeft omgekieperd, want het komt met bakken uit de lucht zetten. Stiekem duim ik dat ze de voortent al ingepakt hadden, zodat die droog kan worden opgeborgen.
Tot mijn schrik lees ik dat Ester Naomi Perquin haar laatste column in de Groene heeft geschreven. Wat jammer. Ze gaat zich richten op het schrijven van langere stukken over macht en machtsmisbruik. Iemand om te blijven volgen.
Ik denk terug aan de terugreis eergisteren van Amsterdam naar Utrecht centraal. Toen we afdaalden met de roltrap naar de stopplaats voor de bus schoot een klein oud mannetje ons aan in een geel werkpak. Hij vroeg ons hoe laat het was, terwijl boven hem een bord met de digitale tijd en het vertrek stond aangegeven. Daar wezen we hem op. ‘Dat kan ik niet lezen mevrouw, dat begrijp ik niet, sorry, ja ik kan het niet”. Ik vertelde hem toen dat 18.56 stond voor ‘vier voor zeven’, Hij bedankte ons blij en toen hij in zijn bus zat, zwaaide hij nog een keer. Iemand die de tijd niet kan lezen, dat kan dus. Zoals je kinderen ook moet bijbrengen wat klokkentijd en digitale tijd is. Het tijdloze mannetje verdween in de bus naar Vianen. De stand van de zon zou hij vast wel begrijpen, bedacht ik me, maar ja, waar is die als je haar zo hard nodig hebt hier in ons waterland.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.