Overpeinzingen

De nabije toekomst

‘Amsterdam die grote stad is gebouwd op palen’. Zo luidde het versje dat ons vroeger met de paplepel werd ingegoten. Omdat we per ongeluk aan de achterkant van het station naar buiten gingen, zag ik eindelijk het ‘IJ’ in volle glorie. Ik had ze alleen maar van de overkant zo gezien. Prettige gewaarwording. Overal toeristen, waar je maar kijken kon. Onder de oude spoorbrug door richting het centrum. Nichtlief en haar man woonden al jaren aan de Prinsengracht. Een mooie wandeling vanaf het station. We dwaalden door het centrum, Warmoesstraat, Zeedijk, wat een bekende namen. O ja, de Wallen haha. Geen Peeskamertje meer te bekennen. Alles was verpakt in heel veel eettentjes, koffieshops en tattoowinkeltjes. Klein maar fijn, heeft men gedacht. Sommige waren uitgebouwd naar achteren toe in lange pijpeladen. Met de filmische blik van Cock met Cee, OO, Cee, Ka liepen we er doorheen, dieper de stad in. Langs de grachten, het Rokin en daar voor de zekerheid toch maar even gekeken hoe we moesten lopen. Onderweg zochten we naar een bloemenwinkel, maar die waren niet te vinden. De ooit zo volprezen bloemenmarkt bleek uit kitsch en kunstbloemen te bestaan. Toeristen kopen geen bloemen. Een gevleugeld gezegde.

Het viel reuze mee, we waren aardig in de richting gelopen en hadden net op tijd de route geraadpleegd. De Herengracht af, de Vijzelstraat door. Daar was gelukkig de ons welbekende grootgrutter en in plaats van bloemen besloten we dan maar twee lekkere wijnen mee te nemen. Het hoekje om en daar was de Prinsengracht.

Tijdens de wandeling viel op dat er nog genoeg minder drukke straten en pleinen te vinden waren, als je maar achter het centrum door liep en dat er veel rommel en troep op straat lag, waarschijnlijk door het openscheuren of/en het open pikken van de vuilniszakken.

Nichtlief deed de deur open en ging ons voor de lange gang door van het statige herenhuis. Beneden in hun mooie stadstuin die groter was dan je zou verwachten, stond de tafel uitnodigend gedekt. Manlief kwam intussen naar beneden. Het huis was opgedeeld in drie bel-etages, waarvan zij de bovenste verdieping tot hun beschikking hadden en het souterrain. Van daaruit werd de lunch geserveerd. Een heerlijke gazpacho, aardappelsalade, zalm met bonenschotel en vers zuurdesembrood van de Vlaamse broodbakker op de hoek met voor de feestelijkheid een Bonne Blanc erbij. De flessen wijn werden in liefde ontvangen.

Deze intieme ontmoeting was uitstekend geschikt om de jaren die tussen onze laatste gezamenlijke ontmoeting lagen weg te poetsen. In een notendop en soms wat langer gleden levens in geuren en kleuren met de nodige anekdotes voorbij. Vragen over Hongarije en de politiek, hoe Lief daar terecht was gekomen, over de kinderen, over het leven nu en over hun leven in die mooie oude stad. Het bleek dat ze vaak op fietsvakanties waren geweest door heel de wereld. Een prestatie van formaat en natuurlijk was er de belofte naar Hongarije toe te komen om daar ook al fietsend het land te verkennen.

Het was een waardevolle ontmoeting in deze oase van groen en bloemen met af en toe de verdwaalde klanken van een trompet dat tegen de huizen opklom. Aan alle gezelligheid kwam een eind en we kregen de tip om door de Reguliersgracht terug te lopen omdat dat een levendige en gezellige weg was naar het station. Dat bleek bewaarheid. We liepen langs enorme terrassen, aanschouwden Rembrandt op het Rembrandtplein en kwamen moe maar voldaan aan bij het station.

Binnen een uur zaten we thuis op de bank met een goed gevoel, een mooie herinnering om op terug te kijken en een fijne belofte voor de nabije toekomst.

2 gedachten over “De nabije toekomst

Reacties zijn gesloten.