Overpeinzingen

De koek was op

We hadden zin om naar de Hortus Botanicus in Leiden te gaan, de stad waar we de voetstappen uit ons leven samen hebben liggen. Maar bij nader inzien zagen we er van af, omdat de hortus midden in de stad lag en het parkeren een dingetje was. Een dagje voor de trein besloten we, maar niet nu. Dan gaan we naar de Hortus in Utrecht, dichtbij, parkeren voor een habbekrats en alle ruimte. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was vergeten dat Lief deze hortus rond het oude fort nog nooit gezien had. Als je het voor het eerst aanschouwt is het helemaal een paradijs, zeker als je het terrein kent als een oud en verlaten fort in een rommelige omgeving.

Bij tijd en wijle moest hij even stil staan om alle indrukken te laten bezinken. Wat een rijkdom en schoonheid aan natuur. We besloten eerst kalmaan de rotspartijen te beklimmen. Er waren legio voorbeelden van hoe we het in Hongarije kunnen aanpakken met de rotsige en droge stukken daar. Kleine miniplantjes die zich glansrijk als een mos-tapijtje over de stenen hadden gevleid, een zacht en glooiend groen. Hier en daar piepte bloeiende planten er tussendoor en glipte er een hagedisje weg. Met de machtige boompartijen en de indrukwekkende bedden met bloemen, het uitzicht op de grote waterpartijen, verderop de bamboebossen, moerasvelden, meerkoeten met hun jongen die in een rap tempo over de weg waggelden van het ene naar het andere water. In een woord, adembenemend. Even uitrusten van de klim met een glas citroen met basilicum siroop en lief met een vlierbloesem-powerdrank, beiden met citroenschijf, ijsblokjes en een rietje. Feestelijke versnapering.

Toen we richting de vlindertuin en de kassen liepen kwamen we vriendinlief van lang geleden tegen met haar drie bonuskinderen en hun vriendinnetje. Ze hadden net de vlindertuin bezocht, een vrolijke uitwisseling, een paar dikke knuffels, waar je weer heel lang op teren kan en daar gingen ze weer, door voor een ijsje. Dag Lieverd. Alles is hier mogelijk. Ondertussen kregen we een app van zoonlief die een ‘rara, waar ben ik’-foto opstuurde. ‘Leiden misschien’, opperde ik en ja hoor. Ze gingen naar de Hortus Botanicus in Leiden. Dat was toevallig. We hadden in de ochtend precies hetzelfde idee gehad. Daar waren de gigantische bladeren van de reuzewaterlelie, de Victoria Amazonica, zoals je in de oude Hortus in Utrecht kan vinden. In de tropische kassen hier waren er slechts de kleinere, maar niet minder mooi. Wel waren er allerlei verrassingen te vinden, zoals vreemde vogels, waaronder een Razend Roeltje, die zich nauwelijks verroerde en verderop liep een kleine bosmuis met aan de andere kant nog een of ander jong kuiken. Twee kleine meisjes die door de kas huppelden hadden het Roeltje ontdekt tussen de wirwar aan planten. Moeder gaf trots toe dat het haar speurneuzen waren, want ze vonden ze sneller op hun ooghoogte dan wij kijken konden.

De vlindertuin werd druk bezocht en eigenlijk is ze een beetje uit haar jasje gegroeid, maar daardoor worden de ontmoetingen ook intiemer. Een lieve jonge vrouw wees ons op de grote vlinder die roerloos aan een blad hing en zich niet verroerde. Er werd wat af geflitst en met telefoontjes gezwaaid ten einde al het moois op de foto te krijgen. Vanuit de gang had je zicht op de bordjes met rottend fruit waar de vlinders zich met hun kleine roltongen aan te goed deden. Lief ontving als extra een prachtig zwart exemplaar op zijn mouw, die een aantal tellen lang doodstil bleef zitten. De jonge vrouw liep net langs ons heen en aarzelde, maar natuurlijk kon zij er ook een foto van schieten, zo dichtbij en uitgesproken zag je ze niet vaak. Het liefst ga ik vroeg in de ochtend naar de Hortus, als het nog rustig is en je op het bankje in de vlindertuin kan zitten mijmeren temidden van al dat schoons.

We moeten nog een keer terug voor het nieuwe gedeelte achteraan, dat ook een staaltje van natuur-kunst beloofd te worden, maar dat is voor later, want de koek was op.