Overpeinzingen

En plukken we ruimschoots de vruchten

Lief had het lumineuze idee opgevat om een bioscoopje te pakken in Utrecht. Code geel voorspeld, dus met de bus vanuit hier, de halte is een straat verderop, tot aan de Neude, slenteren langs het oude postkantoor en langs de Oude Gracht, genieten van de mensen in allerlei gradaties om je heen. Kleurrijk Utrecht en erg geliefd bij ons. Toen de eerste spetters vielen liepen we net in de Schoutenstraat. We waren dichtbij onze lievelingsbios De Slachtstraat, het oude het Hoogt.

Ik had in de ochtend uitgebreid het programma bestudeerd en we vielen allebei voor de film The Hundred Flowers, een Japanse film over een moeder en haar zoon. De moeder glijdt langzaam maar zeker af in haar dementie. De zoon mist een aantal herinneringen. Moeder vergeet ze. Als hij een dagboekje van haar vindt, komen ze langzaam in zijn geheugen terug en kan hij zijn moeder uiteindelijk beter begrijpen.

Zij vergeet en hij herinnert is een mooi gegeven. Alsof er iemand stiekem de gedachten doorsluist naar een volgend leven. Zoals we gewend zijn is het een hele rustige film, niet traag, maar bedachtzaam met enkele schrikbarende momenten. Het is genieten van de mooie bescheiden Japanse gebaren en de moeder met de afgepaste pasjes van een geisha. Op de gekste momenten is hij haar kwijt, zoals hij haar ooit jaren geleden als kind letterlijk kwijt was. Dat ze elkaar vinden, ook al is moeder mijlenver in haar geestelijke wereld van hem verwijderd, geeft een ontroerende ontknoping op een subtiele wijze.

In het nagesprek in een hoek aan een tafeltje voor twee met een glaasje en een portie vegan bitterballen kwam natuurlijk dementie ter sprake en het is goed om er bij stil te staan, maar niet een onderwerp om over te piekeren als je nog nergens last van hebt. Mooi om het ook te relativeren en te bedenken voor wie het de grootste schrijnende ervaring is.

Ik denk terug aan de televisieserie waarin Loes Luca een moeder speelt die dement wordt en haar dochter tot wanhoop drijft, Automatisch kom ik ook terecht bij de dames en heren, die alleen en in zichzelf gekeerd hun eigen vrije wereld creëerden met de beperkte ruimte in een bejaarden-of-verpleegtehuis. Die soms, heel soms, ineens weer de herinnering nabij waren, maar doorgaans tamelijk ‘tevreden’ hun beperkte leventje leefden. Een vrouw die neuriënd haar petit-fourtjes(keuteltjes)schikte in haar pantoffel in afwachting van de visite die zo dadelijk zou komen, staat in mijn geheugen gegrift omdat ze in de witte pon met witte haren en een zacht gezicht er zo breekbaar maar gelukkig uitzag.

Voor de omstanders is het vreselijk om langzaam maar zeer zeker in hun mist te verdwijnen en te weten dat er geen bestaansrecht meer kan zijn als zoon of dochter, maar dat je eventueel wordt gebombardeerd tot een jongere uitvoering van je vader of moeder in hun beleving. Ze worden een schim van wat ze waren met zo’n glazige uitdrukking in de ogen, onbereikbaar en ver weg.

We kijken elkaar aan en weten dat we elkaar moeten koesteren in het hier en nu, omdat er altijd een ongewis moment kan zijn dat het anders wordt. Maar als dat vooralsnog niet het geval is, hoeft het idee niet binnen te wandelen dat het zo zou kunnen worden. Zolang dat niet het geval is, plukken we ruimschoots de vruchten.

2 gedachten over “En plukken we ruimschoots de vruchten

Reacties zijn gesloten.