Het inpakken ging voorspoedig. Iedereen ging rustig een eigen gangetje, koffie en ontbijten, douchen en inpakken of inpakken en douchen al naar gelang wie er aan de beurt was. Een simpel ritueel en zo gefixt. Een laatste blik, leeghalen van alle kasten, wat mee moest in de krat, wat weg moest gescheiden in de bakken in de schuur, de stofzuiger er door en klaar waren we. Via de binnenwegen naar Nieuwegein, met een omweg naar Nijmegen, dat weer wel. Koffie bij de blije engel die aan de waal lag en een mooi plaatje opleverde voor zuslief en door. Onderweg genoot ik van de diepte in de lucht, strakblauw met witte wolken in formatie, die voor en over elkaar heen schoven, hemelsblauw dat steeds bleker kleurde naarmate de afstand, om te schilderen zo mooi.

Een vol huis bij onze neef en zijn jarige zoon, een overvloed aan stemmen na de betrekkelijke stilte van het boshuis, kinderstemmetjes en kraaiende oma’s. De cadeau’s, maar vooral het inpakpapier werd met verrukte oogjes ontvangen, een en al verwondering over het geknisper, het scheuren en al wat er te ontdekken viel. Het loopwagentje was een groot succes. Er zaten gelukkig plastic ringetjes om de assen, die als rem fungeerden, al naar gelang je ze strak aandraaiden. Nu kon de kleine stappen zonder vastgehouden te worden. Er was over nagedacht. Het viel in de smaak en hij maakte dankbaar gebruik van deze nieuwe weg naar de zelfstandigheid.
Om half zes hadden we in een restaurant gereserveerd en daar zouden we nog als afsluiting een laatste gemeenschappelijke maaltijd gebruiken. Binnen dit keer, want buiten waaide het flink als aanloop naar het slechtere weer van deze week. Zomer in Holland. En toch was de algemene conclusie dat we niet mochten klagen. Slechts een dag waren onze escapades in het water gevallen, maar door de bank genomen was het allemaal maar wat gezellig geweest. Doorgaans begon de zon ‘s middags te schijnen en werd het steeds tegen een uur of vier pufheet. Perfect weer voor een terras. Tel uw zegeningen. Gelukkig waren we allemaal met dezelfde pappot groot gebracht. We telden de hoogtepunten.
Aan een tafel naast ons schoven drie jong volwassenen aan met een vader en moeder. De ouders herkende ik onmiddellijk en nu kon ik vanuit mijn verzwegen positie de kinderen observeren. Ooit lieve bleke toetjes met sluik haar. De jongen met het donkere haar was klaarblijkelijk de vriend van het meisje. Waar blijft de tijd, vroeg ik me af toen ik in haar dat kleine verlegen meisje van vroeger herkende. De hartelijke moeder zag me als eerste en zwaaide glimlachtend. De kinderen waren opgetogen om me te zien. Vader knikte met eveneens een brede lach. Fijne mensen en de lieve schatten zo prachtig uitgegroeid. Wat hou ik er van om dat te terug te zien en om heel even te kunnen mijmeren over ‘daar’ en ‘toen’ en ‘dat moment’. Iets als een eerste optreden, een eerste werkstuk tijdens de weeksluitingen. Ik struikelde over de namen, maar die noemde ik dan ook maar niet. ‘Lieve familie, wat fijn om jullie weer te zien’ en dat was meer dan voldoende. Voort ging het gesprek aan eigen tafel met af en toe een steelse blik.
We reden naar ons huis, twee zussen hielpen met de bagage en lief bleek ook thuis, die kwam halverwege de galerij aangesneld. ‘Dag lieve zussen van me’, een laatste omhelzing en het was ineens voorbij. Neerzijgen op de bank en alle wederzijdse verhalen in stukken en brokken met een glaasje erbij en zomergasten op de achtergrond. Proost
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.