‘Je bent een aarzelaar en geen zekerweter‘ zegt de brugwachter van de brug van heen en nooit meer terug’ tegen Zebedeus, de hoofdpersoon uit Zebedeus en het ganzenbord van Wisse. Ik zou de vraag voorgelegd hebben aan de kinderen in mijn groep en vragen of ze er eens goed over na zouden willen denken. Ik vraag het Lief en die vindt zich een bedachtzaam mens en daarmee geen van beiden, want niets in het leven is ‘zeker’ te noemen. Het is geen twijfel, maar een overwegen en dat is net even iets anders.

De grappige woordaanduiding, Aarzelaar of Zekerweter, proef je nagenoeg op je tong en ergens in het hoofd gaat een deur open met ‘Taalspelingen’, waar ze zich te ruste mogen leggen. Daar bevindt zich ook het woord ‘Stekeletee’, dat ‘als een venijnig ondertoontje’ betekent en de uitdrukking ‘God-zal-me-een-schaap-geven’ dat mijn vader altijd gebruikte als er iets onverwachts gebeurde en hij even flink wilde vloeken. Spelen met taal is eigenlijk het leukste wat er is, vooral door nieuwe samenstellingen zodat er een heel nieuw begrip ontstaat.
Zebedeus gaat dus op reis en weet niet waar heen, want hij speelt het ganzenbord van Wisse. Het fijne van dat spel is dat je niet kunt winnen maar óók niet kan verliezen. Het herinnert me aan mijn afkeer van het competitieve, het winnen of verliezen in sport en spel en het belang dat daaraan toegekend werd vroeger. Daar hoort ook de beloning bij en het straffen. De oude Grieken wisten het allang. Hun spelen draaiden om het meedoen en plezier erin hebben. Dat duurde niet heel lang en toen verviel het uiteindelijk toch in de duim omhoog of de duim omlaag, maar het allereerste principe was mooi.
Het duurde even eer ik er de juiste balans in had gevonden. Belonen en straffen als woorden werden sowieso overboord gekieperd. Als een kind iets had gedaan, dat minder leuk was, dan konden we er over praten en daarna ook met de hele groep een kring houden over lastige problemen die je af en toe op je pad vindt. Als een kind te onrustig was, mocht hij even ‘bobberen’(ook een van die befaamde woordspelingen bij ons thuis) wat betekende ‘even tot jezelf komen en rust en ruimte vinden). Had iemand ergens hard aan gewerkt dan werd er een plekje op de kasten of de seizoenstafel gezocht, waar het bewonderd kon worden en leverde het in de kringgesprekken een hoop nieuwe ideeën op. Al het goede wat dat opleverde, dat zou ik nog weleens terug willen halen.
In Zin-magazine van afgelopen maand staan verhalen van mensen over ‘De reis van hun leven’ en wat het heeft losgemaakt. Weemoed, verlangen, nostalgie, schoonheid, eenvoud, het ontdekken van jezelf, het leren loslaten, het proberen vast te houden van dierbare overledenen, loutering. Het zet aan tot denken over de eigen reizen die zijn gemaakt. Mijn mooiste reis, mooier nog dan helemaal aan het begin is de reis die ik momenteel maak met lief. We wandelen, net als Zebedeus, het pad en voor ons was het al in het begin duidelijk. We gaan over de brug van nooit meer terug op een pad dat leidt naar Wisse en voor de rest is alles nog ongewis, maar de liefde voor elkaar en het samen delen met elkaar is de grote algemene deler.
Zacht, zoet, zuiver, zielsvol, zonnig, zin-gevend! Zoen! 🧡
LikeLike
Een prachtige reis volgen jullie. Leuk om via je blog mee te lezen/leven
LikeGeliked door 1 persoon
Dankjewel lieverd. Vinden wij zo fijn😉❤️
LikeGeliked door 1 persoon
God zal me een schaap geven… MIJN vader gebruikte het in de zin van “Nou moe”. (Noord-Nederland.) En wij voegden eraan toe:
“Met een stukje land want anders gaat het arme beestje van de honger dood.”
LikeGeliked door 1 persoon
Smakelijk gelachen om de toevoeging
Ga m onthouden, want wij zeggen het nog regelmatig❤️😂❤️
LikeLike