De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dat werd me maar weer eens duidelijk, toen ik gistermorgen besloot, na een ochtendje lanterfanten door de rugpijn, om een kringloop of iets dergelijks op te zoeken. Zodra ik met lopen begon, wandelde de pijn meer en meer mijn rug uit. Ergo, bewegen is beter. Af en toe schuurt het nog iets, dat dragelijk is. Ook dat gaat voorbij weet ik. Het werd het centrum, waar ik in mijn uppie langs de rekken doolde van diverse kledingzaken zonder iets te vinden. Wel twee confetti-ballonnen voor de jarige jongens, want daar wilde ik een kaartje aanhangen om ze uit te nodigen met lief en mij te gaan eten.
We reden eerst naar Amersfoort, waar de kraamverpleegkundige op visite was. Glaasje water en een taartje, samen met de ondernemende krullebol en de benjamin. Zuslief lag in de box en droomde zoete dromen. Af en toe vloog er zo’n lief en heimelijk lachje over haar gezicht of ontsnapte een kreuntje als de darmpjes aan het werk waren. Het zwembadje in de tuin werd ingezet om ze bezig te houden en daarna een stikkervel, goed voor de fijne motoriek met eindeloos gepulk. Na anderhalf uur namen we afscheid en reden door naar het volgende feestvarken.

Utrecht en omgeving is in de spits een ramp. Alle snelwegen staan aan alle kanten vast. Als rechtgeaarde Utrechter ken ik gelukkig de binnendoor-weggetjes goed, dus reed ik de vertrouwde weg langs bos, statig landgoed en nog meer bos. Zo waren we tenminste niet oeverloos lang onderweg. Ook daar was het een heerlijke rust. Er werd vandaag niets gevierd, maar taart was er ook hier, en een heerlijke pasta. Er waren werkmannen bezig met de kozijnen boven. Dat gaf ons de gelegenheid om een goed gesprek te houden met de kleine pork en heerlijk te knuffelen. Kleindochter had de waxinelichtjes mogen aansteken en terwijl we luid zongen voor de jarige bliezen hij en zij de kaarsjes weer uit.
Bij thuiskomst lag het eerste boek al in de bus. Een filosofisch verhaal van Koos Meinderts over de beer Zebedeus. Niet te dik en geïllustreerd met prachtige heldere tekeningen van Annette Fienieg. Nieuw leesvoer is altijd welkom.
In de avond keken we naar ‘Reis door onze wereld’ van het filmechtpaar Lataster, die tijdens de pandemie het leven om en nabij hun huis filmden. Het bleek een boeiend relaas te zijn van het grote en kleine leed in de tuin en via de zoom van hun vrienden tijdens het geïsoleerde bestaan, dat iedereen gedurende het rondwaren van het virus, toegeworpen kreeg. Een huisspin die haar buit verloor aan een stekelige wesp, de poezen, een rups aan een gesponnen draad, de kraaien met hun jong. Groei en bloei in een haast serene rust. Indringende gesprekken via de zoom en later: Bezoek met mondkapjes op, eten en drinken met die dingen terzijde geschoven, omhoog of omlaag. Potsierlijk als het niet zo troosteloos was. Het lijkt intussen alweer zo lang geleden, maar op die manier roept het vele herinneringen tot leven. De vele bezoekjes op de galerij, ik aan de ene kant van het raam en het bezoek aan de andere kant. Een thermoskan thee op het blauwe tafeltje met een kop. Verwaaide gesprekken door een kier van het steekraampje.
Straks kijk ik het laatste stukje af, want halverwege tolde ik van de slaap, moe van alle indrukken en belevenissen. Lief bleef kijken. Voordat hij boven was, verbleef ik al ruim in mijn eigen dromenland.
De lucht is boeiend vanochtend. Alle kleurschakeringen grijs, blauw, paars met een zweem van roze. Aangekondigde regen op de buienradar, waarvan het grootste deel net hier buiten de stad zal vallen, beloven ze. De enorme blauwe pieken die het beeld weergaf, bleken reuze mee te vallen. Het blijft met de voorspelling van het weer: ‘Eerst zien en dan geloven’. De zon doet nu een duit in het zakje, waardoor het nog dreigender lijkt, met als beloning misschien een regenboog. Daar gaan we voor.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.