Vandaag is het bijkomen van de overweldigende hitte van gisteren. Om nog een beetje koelte op te doen waren we naar het bos te gaan. Eigenlijk ook omdat het aan het water razend druk zou zijn. Bij aankomst in het bos van Heidestein, die wonderlijke plek midden tussen de woonwijken met grote nieuwe appartementenflats hoog boven het bos uittorenend, bleek onze vergissing. De warmte hing, ondanks de schaduw, praktisch roerloos tussen de statige oude bomen, de grond onder onze voeten was droog, af en toe een vleugje wind, lauw en allesbehalve verkoelend. We hadden bedacht de schaapskooi op te zoeken, die iets verderop in het bos moest liggen. Nauwkeurig bekeken we de paden die we kozen en sloegen ze zorgvuldig op, om straks niet te verdwalen als we de auto weer gingen opzoeken.
Terwijl we het pad afliepen en ons verbaasden hoe de stilte zich bombastisch openbaarde, zagen we in de verte wat hekken. Daar moest het zijn. Truusje tomtom op de telefoon liet ons dwalen. Ze werd terzijde geschoven. Wat overbleef was het goeie gesternte, waar op te vertrouwen viel zolang we de markeringen maar opsloegen in het hoofd. Een boom met een vlek, een gevallen exemplaar met een bijzonder uiterlijk, een opslagruimte op het grote doorgaande pad. Twee paden naar de hekken toe.
De schaapskooi lag er roerloos bij. Geen schaap te bekennen. Aan het hek van de ingang hing slechts, roerloos en ongemakkelijk, een kleine vuilwitte olifant, afgeknoedeld en verloren. Het informatiebord voor de kraal van de schaapskooi vertelde ons dat het complex op zondag geopend was. Hier en daar klonken stemmen door van een paar wandelaars, vogels waren nauwelijks te zien en horen, op een klein exemplaar na, dat van tak naar tak hipte. Naast de mooie gerestaureerde kooi was een dierenpad voor de kinderen gemaakt. Met borden werd aangegeven welke dieren zich hier bevonden, terwijl hun hardhouten zelf tegen de boom geleund stond of door de lucht vloog. Vleermuis, das, haas, wezel, hert, ree, wild zwijn, hermelijn, bosmuis, konijn en eekhoorn. Als je ze wilde spotten moest je tegen de avond komen in de vroege schemering. Geen krul van een schapevacht te bekennen tussen de bomen. Zou de schaapsherder op pad zijn.

We liepen verder langs het schapenhek en kwamen uit bij een afgezet graasgebied met klaphek. Misschien waren ze daar. De open plekken gaven volop ruimte aan de brandende zon. Als ze zich daar ophielden hadden ze vast en zeker de schaduw van de hoge dennen langszij opgezocht en warempel. Lief ontwaarde iets wittigs tussen de bomen. Daar bleek de kudde te zijn neergestreken achter een gespannen lint om aan te geven waar het rustgebied voor de dieren begon. Ram lag vooraan en de dames erachter. Ze oogden net zo loom als het weer. Met enige triomf omdat we ze hadden gevonden begonnen we aan de terugweg. Er was wat gesteggel over het pad, maar we kwamen eruit en vonden moeiteloos de weg terug onder, eindelijk, het gezang van een roodborst
Bij het uitverkoren restaurant aan de waterkant, langs een vaart die uitmondde iin de Schalkwijkse wetering, was ruim zicht over de landerijen met haar glanzende paardenlijven, schalks en speels. Het was er aangenaam toeven. Hier was het, tot dan toe ontbrekende, verkoelende briesje wel aanwezig. Met een koud glas witte wijn en een portie groentebitterballen kwamen we bij. De strakblauwe hemel weerspiegelde tussen de gele plomp met haar grote statig drijvende bladeren, de rietkraag aan de oevers, de paarden in het weiland, de fladderende vlinders en de scherende libel. Holland op z’n mooist.
Mooi mooier mooist
Warm warmer warmst
LikeGeliked door 1 persoon
🍀❤️😓
LikeLike