Overpeinzingen

Niets aan de hand

De storm raast over het land. Af en toe rukt de wind woedend aan de ramen. Het levert een spookachtig geluid op. Vannacht werd ik wakker door geklop. Eerst meende ik buiten stemmen te horen, maar in de schimmigheid van de nacht maken zich de vreemdste geluiden en wezens los op je netvlies. Wat was het gebonk?

Ik herinnerde mij de buurman die ooit kwam vragen of ik de rieten mat aan zijn kant van ons huis vast kon zetten omdat het bij straffe wind overal tegenaan bonkte. Hij bleek gek te worden van het geluid dat dat opleverde. ‘Tuurlijk buurman, even goede vrienden hoor en sorry voor de overlast’. Midden in de nacht stond ik op het balkon de mat te checken, maar daar lag het grote betonblok van de oude parasolhouder tegenaan, dus dat was niet de boosdoener.

Terug in bed, de kussens hoog om meer zuurstof te kunnen happen, begon het gebonk even later opnieuw. Het kwam van hierboven en wel uit de kamer naast de onze. Het dunne gipswandje liet op volle sterkte de trillingen tegen het kozijn horen. Daar stond het raam op een miniem kiertje en dat deed de luxaflex schommelen tegen het hout aan. Dat had veroorzaakt dat ik pardoes uit de droom alert was gaan luisteren.

Gisteren begon de dag vroeg, want om twaalf uur zouden we bij zoonlief zijn om op de kleine pork te passen. Installeren op de bank, kleinkind in de armen, kussens ter ondersteuning eronder en een flesje verse moedermelk. Lief, klein en gulzig zogen de wangetjes het zoete lekkers naar binnen. Boertje en door tot de bodem van de fles bijna te zien was. Toen werkte het mondje met veel misbaar het speentje naar buiten. Genoeg is genoeg.

Nog een boertje en even op het speelkussen, daarna nog even in het wipper en bij een tweede of derde gaap in de armen en wiegen, want dat was hij zo gewend. Een dun huiltje en nog wat en geleidelijk aan werd het stiller. Lief installeerde de kussens weer op de bank en toen kon er vredig geslapen worden op de harteklop van oma, warm en vertrouwd.

Normaal houdt hij het wel drie tot vier uur uit op zo’n fles, maar vandaag was alles anders, dus vlak voor zijn moeder thuis zou komen, meldde hij zich op volle sterkte. Ik kwam een gevulde borst te kort. Lief probeerde het te sussen met wiegen en lopen. Soms viel hij even stil, maar een speen wilde hij onder geen beding en zijn duim had hij slechts per ongeluk, terwijl hij op mijn arm bleef zoeken naar alles wat hem vertrouwd was. Ach ja, die zuigbehoeften.

Zo werkt dat met kleine porkies en hun eerste levensbehoeften. Koestering en aandacht was er voldoende, maar het meest vertrouwd is toch de troost van de moederborst. Tevreden geluiden omdat het leed geleden was. Appeltje voor zijn grote zus met een toverschil aan bijna één stuk waardoor je een wens mag doen. Daarna gingen we weer op huis aan. Dag lieve schatjes.

Lief leest in ‘ De man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen en heeft er de juiste ruige entourage bij met de regen die onophoudelijk tegen de ramen spoelt zoals ze dat deed tegen het spatzeil van de vouwkajak waar Jaco in klem zat. Water in overvloed en zeedieren vlak naast hem tot walvissen toe. Goedmoedige kolossen, die geen vlieg kwaad doen. Hier speelt slechts een enkele meeuw of kauw een spelletje met de valwinden af en toe. Naar boven vliegen en je mee laten voeren in een glijvlucht naar beneden, dan de herhaling, tot ze er klaar mee zijn.

Je voordeel halen uit iets is een van de lessen die we eruit peuren. Al is het weer nog zo onstuimig. Lief besluit niet af te reizen naar Hoek van Holland in verband met code rood voor de kustgebieden en ik kijk het nog even aan. Straks is er een etentje en een jaarafsluiting met de redactie van Mensenkinderen. We zien elkaar al zo weinig. Het zou fijn zijn als dat door kon gaan. Het is voor mij maar een uurtje rijden er zijn leden bij die 2 1/2 uur onderweg zijn. Als de wind gaat betijen, is er niets aan de hand.

2 gedachten over “Niets aan de hand

Reacties zijn gesloten.