Langzamerhand zakt de eerste euforie weer wat weg. Het was ook zo spannend en snel allemaal. Moe liggen we nog in bed. We lezen gretig en rusten uit. Ik ben totaal ingepakt door het boek ‘De man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen. Een nieuwe wereld openbaart zich voor me. Het doet me denken aan het zoutpad. Eenzelfde verbazing en een toenemende bewondering voor deze man die zich één met de wilde natuur en de zee kan voelen, die al die ontberingen doorstaat en daar vreugde en de nodige levenslessen uitput. Je wordt er vanzelf filosoof door. Hij heeft de meest bijzondere ontmoetingen met zowel dier als mens. Een jaloersmakende vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn doel gekozen heeft. Lief leest de biografie van Kuipers en er vallen hem dezelfde dingen op als ik. Een rustdag in ons veilige holletje, terwijl we toch de meest uitgesproken avonturen beleven. Reizen en tijdreizen zonder een vin te verroeren, kan het aangenamer?

Ik had in een opwelling tijdens de boodschappen een kwart ontbijtkoek aangeschaft, dus vanmorgen hadden we koffie op bed met plakken zoete koek met dik boter. Nostalgie ten top. Het bracht me bij het verleden, toen ik in de wijk werkte. Daar bezocht ik iedere dag een patiënt die in een houten huisje woonde, wiens vrouw steevast de koffie klaar had en daar altijd een dikke plak koek bij afsneed besmeerd met dik boter en voordat ik begon met wassen eerst mij vertroetelde met deze opkikker. Alleen de geur al van verse koffie en de kruidige koek.
Gisteren was Dribbel, die ik uit school haalde om twaalf uur, hard toe aan een ijsje. Hij wordt eigenlijk te groot voor wat ik thuis aan vermaak heb liggen. De mand met autootjes ontgroeit en doodmoe van de drukke week schoot de verveling toe. Hij wilde eigenlijk het liefst op zijn telefoon, maar de batterij was leeg. Een tosti met kaas en de sinaasappelsap konden het leed niet verhelpen. Toen we zijn broer gingen halen kwam er nog een tosti en een krentenbol aan te pas, daarna vond hij de rust voor de autootjes. Hij vond een helikoptertje ertussen. Op hetzelfde moment ronkte er een helikopter over ons heen. We bestudeerden het gevaarte en hij zei, terwijl hij naar de propeller van het kleine ding in zijn hand keek, dat daar het verschil met de grote in zat, die had maar een zo’n ding. Uitleggen dat hoe sneller de propeller draaide er maar een te zien was. Hij liet zijn eigen propellertje draaien en warempel. Een mooi klein pareltje waar het leven zo vol mee zit.
Om vier uur werden ze door dochterlief weer opgehaald. Ze had haar mooiste jurk aan, want er was juffendag geweest op school. Waarom proppen ze toch altijd al die feesten in de laatste weken van school. Doodmoe was ze van alles wat was geweest en van wat nog stond te gebeuren. Hectiek aan de lopende band, daarna vakantie en minstens een week bijkomen.
Gauw naar de buurtsuper voor de boodschappen. Thuis kon ik de telefoon niet vinden. ‘In de auto laten liggen’ dacht ik berustend. Ik had geen zin om nog eens de vesting met vier trappen te nemen. Lief was thuisgekomen en we gingen op weg. Geen telefoon in de auto. Een en een is twee. Snel naar de supermarkt. Ja hoor ze hadden een telefoon gevonden. Te druk met van alles in het hoofd als dit soort dingen gebeuren. Opgelucht ademhalen en weer door om de nieuwste telg in het gezin te bewonderen. Ze had alweer naar huis gemogen omdat alle bloedwaarden goed waren. Daar wachtte ons Turkse thee, een zorgzame oma, neef, de kleine krullebol, trotse zoonlief en een bank vol dino’s. Moeder en kind waren boven aan het voeden. Beneden lag een baby in de wagen, die oma aan het wiegen was. Nee, nee, dat was de zoon van de zus van de versbakken moeder. O haha. Ik vond haar al zo goed bijgekleurd.
Daarna konden we op bed zitten, knuffelen en mochten we allebei de baby vasthouden . Zo klein, zo teer, zo prachtig.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.