Vandaag is de jongste jarig. Bij de anderen denk ik ook nog wel eens, ‘gut we worden ouder’, maar bij de jongste helemaal. Hij wordt vandaag 28. Zo veel jaren meer dan ik jong was toentertijd. Alhoewel, ik was een ‘ouwe’ zeiden wij als verpleegkundigen altijd oneerbiedig onder elkaar als er iemand van 43 of daaromtrent kwam bevallen. Meestal werden alle zeilen bijgezet, omdat complicaties logischerwijs verwacht konden worden. Maar mijn moeder was ook veertig toen ze de tweeling kreeg en daar keek niemand van op. In die tijd kwam zoiets vaker voor.
Het was een gezellige bevalling, met twee goede vriendinnen, de vader en een fijne crew. De broers en zussen mochten allen nog na de bevalling ‘s nachts op bezoek komen en de volgende dag kon ik naar huis. Gek genoeg weet ik van daarna niet zo veel te herinneren, alleen dat het heel druk was met bezoek, onder andere door school. Mijn hele groep kwam op een middagje langs en allemaal wilden ze met dat kleine vertederende baby’tje op schoot op de foto. De tweeling en de jongste scheelden tien jaar. ‘Help wat moet ik met zo’n pork’. Het leven laat zich niet leiden, het leven leidt en binnen de kortste keren was er een nieuwe hiërarchie in huis. De baby en zes vaders en moeders. Zo handig hoe het tij gekeerd kan worden als er zoveel invallers voor handen zijn.
28 Jaar waarvan een lange tijd alleen en met de grote en kleine zorgen. Hoe combineer je als alleenstaande moeder van vijf kinderen dan bijvoorbeeld een ziek kind met je werk. De tweeling was thuis. Goed op het broertje letten want die was ziekies. Ik moest werken, zij waren, God zij geloofd en geprezen, vrij. Na school al het werk laten liggen en naar de kleine. Hij was inmiddels vier. Doodziek en suf trof ik hem aan. Halsoverkop naaar de huisarts. Dan maar een standje, zorg gaat voor. Ze keek, zag en concludeerde. In conclaaf met het ziekenhuis. In allerijl moest die kleine er naar toe. Daar werd ‘De Ziekte van Kawasaki’ vastgesteld, dat ik alleen maar als motormerk kende. Heftig. Voor we het wisten zaten we een hele week in de isolatie in het ziekenhuis. Dat was het enige wat een moederhart kon doen. Erbij blijven.
Hoge dosis eiwit moesten hem er weer boven op laten klauteren en mij ook. Stukje voor beetje en dag voor dag. Och arm ziek vogeltje. Na een week ging het beter en kon de quarantaine eraf. Vrijheid voor bjna iedereen. Dat hij daarna een tijdje zijn wenkbrauwen kwijt was, was maar een wissewasje. Zo ging dat destijds.
Hij is stoer, heeft zich een sportmodel aangemeten, zijn eigen weg gevonden in maatschappelijke ontwikkeling en vooruitgang. Vanaf jongsaf aan wist hij wat hij zelf wilde. ‘Nee mam, ik game niet, ik haal de computers uit elkaar’. Prima, vond ik. Een lief en eigenzinnig karakter. In vrijheid opgevoed, zoals de vier er voor. Altijd de overtuiging: ‘Ze vinden hun weg wel, ik leer hen de basis en zij doen de rest’. Nooit getwijfeld. Misschien was dat het grote goed. Vertrouwen hebben in je eigen kroost.
En ja, ik was wel een twijfelaar. Doe ik het goed? Gaat het goed uitdraaien? Wat als? Vertrouwen was een kleine evidentie voor mij, wellicht omdat het vertrouwen in mezelf ook geregeld zoek was…..
LikeGeliked door 1 persoon
Oh ik heb ook vaak gewijfeld, maar liet het dan gaan, met angst en beven😊als het niet goed gaat, ja dan…Dat is het dilemma 🙃
LikeGeliked door 1 persoon
Jij stond er een groot deel alleen voor, wat een immense opgave! Pure bewondering.
LikeGeliked door 1 persoon
O dankjewel Lieve, inderdaad ruim 25 jaar alleen ❤️❤️❤️
LikeGeliked door 1 persoon
Dank Lieve
De vader van de kinderen was manisch depressief helaas. Het was inderdaad bikkelen
Maar daarom zijn we ook zo rijk met elkaar❤️
LikeGeliked door 1 persoon
Dat zal voor jou extra zwaar zijn geweest. Fijn dat jullie zo mooi op elkaar kunnen terugvallen, jullie hebben een hechte band.
LikeGeliked door 1 persoon
Het is een fijne ‘ roedel’❤️daar ben ik erg dankbaar voor’
LikeGeliked door 1 persoon