Wandeldag nummer twee. Oorspronkelijk was het plan om naar het Madar es Elmenypark af te reizen, dat ligt bij het dorpje Zsippo. Daar tussen de vele poesta’s zou het vlak genoeg zijn en kon er flink gewandeld en bezichtigd worden. Het pakte uit zoals zo vaak hier. Na een lange boeiende rit. Langs de glooiende heuvels en nog best flinke klimmers en dalers, reden we door voorbij Szippo naar het beloofde oord. Daar aangekomen was het hek dicht, zag de begroeiing er wat verwaarloosd uit en kregen we uiteindelijk nul op request. Teleurgesteld reden we stapvoets verder over de smalle bochtige landweggetjes en kwamen bij een brugje aan, dat leidde naar…Tja naar wat. Die brug was nou niet bepaald van de kloeke degelijkheid die we zo van Nederland gewenst zijn. Het hout was hobbelig en kierde nogal. Ik weet het niet hoor, met die zware tante Truus van ons. Die kleine Blauwe had het glorieus gehaald, maar met onze nieuwe Truus?
Tijdens het weifelen en twijfelen reed een snelle rode voiture van nieuwe makelij zonder aarzelen over het houten bruggetje en stopte vervolgens naast de onze om te vragen of ie ons verder kon helpen. Als je even doorrijdt zijn er wat dieren te zien, was zijn raad. Nog een auto passeerde. Vooruit met de geit en niet kinderachtig zijn. Het bruggetje hield het gewicht met kraken en zuchten, maar zonder tegensputteren. Karakter hoor, die grijsaarden. Iets verderop bij een verlaten pand met een werkzame tractor erachter zagen we de poestarunderen. Hoera. Alleen de vogels al, de stilte, de overweldigende natuur en de herkauwende beesten. De eerste honger was gestild.

Wandelingetje langs het grut en door naar Szenna, waar lief een museum wist dat te vergelijken was met het open luchtmuseum bij Arnhem. Hier werd een samenstelling van Pustadorpen uit het vroegere Hongarije getoond, compleet met ingerichte boerderijen, handwerktuigen, oude stallen en erven en ingenieuze hulpmiddelen voor een overlever in die tijd. We mochten zelfs nog de kerk in voor de somma van omgerekend vier euro twintig. We bleken de twee enige bezoekers en het was heerlijk om er rustig te kunne lopen, te genieten van de lemen huisjes, de oude volkse handarbeid en de overleving in die kleine bedompte huisjes, met gevelkachels en fornuizen van formaat.
In de educatieve ruimte was het heerlijk uitrusten op kleine houten stammetjes op rustiek geweven kleden met het oog op de vele soorten handarbeid dat het land rijk was. Lief heeft daarvan veel in bezit gehad, maar even zo vrolijk is ook heel veel weer verdwenen. De kerk was zo prachtig van eenvoud en tegelijk zo rijk aan folklore. Devoot was het meest op haar plek als omschrijving. Hier kon je je een voelen met alles wat kosmisch iets te vertellen had. Alles was versierd met een indrukwekkend tegeltableau, maar ook weer net niet zo uitbundig dat het schreeuwerig werd. Buiten knipperden we tegen de volle zon. We groeten de drie vriendelijke dames en zetten de tocht voort.
Ergens onderweg zagen we een opstelling voor een marktje, toen we het tegenovergelegen bos inliepen zag ik een Hop. Net te laat voor de foto. En daarna was het een kakofonie aan geluiden van bijzondere vogels met de wielewaal als de luidste. Wat voortdurend opvalt bij wat we hier voor uitstapjes maken is de volledige stilte buiten de vogelgeluiden. Nergens is natuur zo overheersend als op het Hongaarse platteland. Stilte hoor je pas als het geluid verstomd, en als dat gebeurt hoor je haar op volle sterkte. Een indrukwekkende ervaring.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.