Gisteren is me iets bijzonders overkomen. Ik kan zeggen dat ik, in dit afwisselende vrije bestaan, iedere dag wel iets bijzonders mee maak, maar dit was van een heel speciaal kaliber. Ik was uitverkoren. Niet omdat ik een ‘Postcodeloterij-we-houden-ze-zoet-prijs’ had gewonnen met emmertjes Ben & Jerry’s of een bon voor de Rituals, die iedere keer weer net op het nippertje wordt verzilverd. Nee, door mijn oprechte mening te geven.
Ik had een klein stukje reclame leuk gevonden en braaf gedeeld op FB van het kinderboekenmuseum en daarnaast aangegeven waarom dat museum zo belangrijk was voor mij en een must voor alle kinderen van Nederland. De eerste keer dat ik met beide kleinzonen er naar toe was geweest, kon ik alleen maar denken, hoe fantastisch het moest zijn om met kinderogen te dwalen door zo’n prachtige boekenwereld, die zich aan je voeten uitspreidde en waardoor je kon wandelen en dromen tegelijk.
Fantasie en verbeelding zijn bij mij volop aanwezig en het kost volstrekt geen moeite om die wereld op te roepen uit een boek, maar er daadwerkelijk doorheen te kunnen lopen is een stap van hier naar de maan. Als dat het al voor mij was, hoe zou dat dan voor een kind zijn. Het huis van kikker, het bed van kikker, de tafel van kikker door te lopen, in te liggen, aan te eten. Het zijn wonderen die je stoutste dromen waar maken.

Ik genoot en met mij mijn twee kleinzonen, waarbij een er maar niet genoeg van kon krijgen om over de ijsschotsen van kleine beer te springen en als rupsje nooit genoeg te eten en te eten totdat hij eindelijk een vlinder mocht zijn. Heel veel eten om boven jezelf uit te stijgen. Wat een heerlijk sprookje. Dat wil ieder kind.

Ook beneden in de spelonken van gestapelde boeken is het een walhalla voor de lezer, maar er tussenin ligt het literatuurmuseum. Dat is een uitgelezen plek om alléén doorheen te dwalen en de tijd te nemen om de vele manuscripten, gedichten, stukken proza te bewonderen en terug te vliegen in de tijd om zo’n schrijver aan zijn tafel te zien zitten onder een ouderwetse leeslamp, met zijn vulpen in de aanslag en een lijntjesschrift. Of om hem te zien hameren op zijn oude Remington. Daardoor vliegen ze het hoofd in en uit, gezichten doemen op en vervagen weer en blazen leven in die stemmen van het verleden. Willem Frederik Hermans, Remco Koolhaas, Slauerhof, Marten Toonder, Hugo Claus, Hanlo, Zwagerman en Vasalis, ze komen allemaal door. Alle gezichten zijn me vertrouwd en prijken op de achterflap van vele boeken in mijn eigen kleine minimuseum thuis. Meer dan een bezoek waard, deze schatkamer van het geschreven verleden.
Een keer heb ik met dochterlief een weekend doorgebracht in huis ‘De Zulthe’ te Roden. De woning waar Vasalis woonde. Om de sfeer te proeven wilde ik, dwars door haar dode ogen heen, haar uitzicht zien, de wijde blik, als ze aan het mijmeren was voor het venster. Het was een bijzondere ervaring in een, door rijp, verstilde wereld.

Voor de loting heb ik eigenlijk niet meer gedaan dan mijn overtuiging neer te pennen. Dat viel in goede aarde en maakt me nu de koning te rijk. Ik krijg het boek Lampje van Annet Schaap. Die komt natuurlijk als belangrijk item in mijn leren-is-leuk koffer als ik op bezoek ga bij mijn invalgroepen.
Ik schreef: ‘Het kinderboekenmuseum, om een wereld levensecht groter te maken!
Voor eeuwig verkocht.’ Het kwam recht uit mijn hart. Mijn gegevens heb ik doorgestuurd per mail en Lampje wordt thuisbezorgd. Dat betekent een paar dagen in blijde afwachting en met dubbele voorpret. Mijn kinderhand is weer gevuld.
Een gedachte over “Mijn kinderhand is weer gevuld”
Reacties zijn gesloten.