De dichter Sylvia Plath schreef voor haar twee kinderen een boek, waarbij haar fantasie de heerlijkste bedden vorm gaf. Misschien aangespoord omdat het naar bed gaan te moeizaam ging, kon je maar beter zorgen dat kinderen zich lieten meevoeren in een ongebreideld verhaal over een bed dat de zeven zeeën bevoer of waar je altijd vies mocht zijn. De illustraties van Quentin Blake onderschrijven het bijzondere ervan. Elk onderwerp, dat uit zijn tekenpen vloeide, was het waard bestudeerd te worden.
Als kind wil je niet anders dan in die wereld wonen waar geen zee te hoog is en geen dal te diep. De zorgvuldig gekozen woorden van Sylvia rollen en roepen het tot de onbegrensde mogelijkheden, waar het voor bedoeld is. Een rondreis door alles wat het leven tot een groot avontuur schildert. De voeding bij uitstek voor ontluikende fantasie.
foto: Brainpickings Maria Popova.
Met vier kinderen een kamer delen, was een grote luxe in het huis in de Amandelstraat. De broers sliepen immers alle zeven ook op één kamer, weliswaar groter, maar toch beperkter in de persoonlijke ruimte. Met de stapelbedden werd het leven een avontuurlijke gele onderzeeër, die werelden opende waar de verhalen uit de eerste televisie in de straat bij de buren de aanzet toe waren. Het koffertje van Okkie Trooy hadden we allang en breed veroverd en zijn krentenbollen waren de voeding voor de meest woeste avonturen, waar Mic en Mac, Oma Tingeling en Pipo koeien met Felicio de zigeuner er losjes doorheen gevlochten werden. Ons bed was het bed van de onmetelijke perspectieven met verdwijnpunten tot ver achter de horizon.
Op mijn netvlies staat een theezeefje gebrand. Het wordt onderschreven door een treurige melodie van verlangen en heimwee naar andere tijden en het kwam uit de serie Varen is fijner dan je denkt/Tinkeltje. Het bleek om een meisje te gaan, dat Zeefje heette.
Ik vraag het aan de wolken
Ik vraag het aan de zon
Och was er toch maar eentje die iets vertellen kon
Ik vraag aan het maantje
Aan het mannetje daarin
Ik vraag het aan de sterren
Die weten het net zo min
Zeefje, waar ben je gebleven?
Zeefje, we worden zo moe
Zeefje, waar ben je gevaren?
Zeefje, waar ben je naar toe?
Het werd uitgezonden van 1956 tot 1960. Mijn fantasie was al geprikkeld door de zondagmiddagen in het filmhuis, waar in mijn kinderogen mijn grote sterke vader films draaide in zijn witte hemdsmouwen en de boefjes op mijn netvlies toverde. Oeroeboeroe en Eucalypta hadden onder leiding van Paulus al een en ander in gang gezet vlak voor het slapen gaan. Het leverde een ongebreidelde fantasie op, die geen grenzen kende en die ik te beeldend een podium toedichtte.
Wat hou ik van die bijeen gesprokkelde bagage, die zich tot achter de kleinste deuren in mijn hoofd heeft vastgezet en er nu spontaan uit kan rollen tijdens een les of een verhaal. De bedden van Sylvia Plath passen er moeiteloos tussen. Heerlijke onderwerpen voor een Engelse les op niveau: ‘If you get hungry in the middle of the night, a snack bed is good for the appetite’ en dan de tekening erbij van een bed met een automaat aan het hoofdeinde voor de lekkere trek. Zo wil elk kind wel wegdoezelen.
Foto: BrainPickings, Maria Popova.
Sylvia heeft het met al haar fantasie niet gered. Ze leed aan zware depressies. Haar kinderboeken vertellen een leven vol verwachting en beloften en zijn tegelijkertijd een grote ontsnappingsmogelijkheid aan de werkelijkheid. Haar eigen bed was te krap om op reis te gaan. Ze koos uiteindelijk voor dé ultieme eindige weg.
Wat een nostalgie. Okkie Trooy keek ik ook al. Waar blijft de tijd? Van Sylvia Plath las ik haar autobiografische boek De glazen stolp. Aangrijpend relaas.
LikeGeliked door 1 persoon