Uncategorized

De ‘Blechtrommel’

Er is een titel van een boek, dat al mijn hele leven met me mee loopt en die als een rode draad steeds weer beelden zoekt, die me eraan blijven herinneren. Het is Der Blechtrommel.Het boek is geschreven door Günther Grass. Ik weet dat ik het verhaal lastig vond, zo’n boek waarin je je moet vastbijten om in het verhaal te komen. De inleiding is worstelen totdat opeens iets je pakt of alle losse onderdelen samen vallen en je het boek in sleuren.

Op dat gevoel wachtte ik vol verlangen, tevergeefs helaas. De verhalen in dit boek stonden min of meer los van elkaar. Ik was er van onder de indruk. Niet omdat ik me er in verliezen kon, maar door het absurdisme. Dromen die je kon beschrijven, een realiteit die je naar je eigen hand mocht zetten, de wonderlijke tegenstellingen in het boek zelf. Het kind in mij maakte zich los.

De fantasie die er aan ten grondslag ligt, kent voor mij een diepere laag,  een filosofische gedachte. Als je besluit voor eeuwig kind te blijven, hoef je de volwassenheid niet aan. Ieder kind wil dat, zorgeloos spelevaren, maar zodra je door de eerste fasen heen bent gerold, dan wil je het liefst zo snel mogelijk volwassen worden, om later weer te hopen dat het allemaal wat trager zal gaan.

Oskar met zijn Blechtrommel bleef kind en keek door kinderogen naar een ontzielde wereld. Het speelde zich af in Dantzig in 1924 met de dreigende tweede wereldoorlog in aantocht. Bij elke doffe oorlogshandeling sloeg hij zijn trom en als iemand hem zijn trommel wilde ontfutselen gilde hij een hard en oorverdovend protest.

Aankondiging van Die Blechtrommel (bioscoop Heidelberg)

Der Blechtrommel werd verfilmd in 1979 en bekroond. Ieder kindertrommeltje doet me denken aan dit jongetje. Zo’n nietig blikken trommeltje met stokjes, die je vroeger had. Het lied van de drummerboy met kerst, waar het ironisch genoeg alleen maar ‘vrede’predikt. De momenten waarop ik zie dat een kind ondergesneeuwd wordt door een volwassene of als er iets is in de realiteit het kind geweld aan doet, waardoor zijn eigen wereldbel uit elkaar spat, wens ik kinderen hun Blechtrommel toe.

Neo Rausch heeft zo’n Blechtrommel geschilderd in Gewitterfront in 2016, een doek dat nu te bewonderen is in de vaste collectie van de fundatie in Zwolle. De trommelaar knielt, groot en opvallend op de voorgrond, tegen een onheilspellende lucht in een desolaat landschap. Hij oogt moderner dan zijn ouderwetse kleding en zijn trommel doen vermoeden. Zijn gezicht is een gezicht van deze tijd, een vervreemdend element. Hij kijkt alleen naar de trommel, met de ogen neergeslagen en oogt zelf terneergeslagen door de strakke uitdrukking op zijn gezicht. Je proeft het bezwaard gemoed.

Paul van Ostaijen gebruikte het woord voor zijn protest in zijn bundel ‘Bezette Stad’ letterlijk en figuurlijk als een bombastische Paukenslag. De taal als de trommel van het protest, zoals bij Grass de trommel de taal is van het protest. Als verzet tegen het ouder worden, tegen het oorlogsgeweld, tegen de dreiging in de wereld, tegen al het machtsvertoon en de gezwollen retoriek, tegen het leven wellicht. In de Blechtrommel loopt het goed af. Oskar besluit als 21 jarige na de oorlog verder te groeien nu de mensheid weer in staat is om aan de wederopbouw te beginnen.

In de wereld van het kind zie ik veel van die vermomde Blechtrommeltjes. Iedere keer als er een machtsstrijd dreigt te ontstaan tussen kind en volwassenen roert het de trom. Door niet te eten, door niet te slapen, door niet alleen te willen zijn en dat alles als omlijsting van het grote onvermogen het niet op te kunnen nemen tegen de opgelegde regels. Niet zelden wint de Blechtrommel.

Een gedachte over “De ‘Blechtrommel’

Reacties zijn gesloten.