Het is in die onwennige puberjaren dat er in de onrust in hoofd en hart The Sound of Silence doordrong. Het werd gezongen door twee stemmen die elkaar zo harmonieus versterkten, dat ze bijna opriepen tot het tegendeel van hun bewering. Ze streken de onzekerheid van het moment glad, gaven uitzicht op een romantische nostalgie, die het verlangen ernaar eindeloos versterkte. Nacht van de stilte, stilte van de nacht. Simon and Garfunkel brachten daarna nog meer kampvuur-verheffende songs, de woorden stroomden moeiteloos binnen en bleven hangen tot in lengte der dagen.
Daar moest ik aan denken toen ik in Brain Pickings las over het boek ‘The Sound of Silence’ van de schrijfster Katrina Goldsaïto en de illustrator Julia Kio. Het kleine jongetje Yoshio komt te midden van het stadse geweld een vrouw tegen die de koto bespeelde. De jongen bewondert het mooie geluid van het instrument en de vrouw antwoordt hem, met een serene glimlach om de lippen, dat het mooiste geluid het geluid van de stilte is. Vervolgens gaat Yoshio op zoek naar die stilte, maar hij hoort overal geluiden, zelfs in de stilte van de badkamer maakt het water dat uit zijn haren over zijn neus loopt een zacht druppelend geluid. Dan gaat hij op een zeker moment ’s morgens heel vroeg naar school, leest een verhaal en daar overvalt hem waar hij al zo lang naar op zoek geweest was. Totale stilte, hij hoort zelfs zijn eigen ademhaling niet meer. Alles binnen in hem voelt stil, vredig als een tuin nadat het gesneeuwd heeft. De stilte was er al die tijd al.

Op dat moment begreep hij dat stilte niet de afwezigheid van geluid was, maar het bewustzijn om te luisteren naar die eigen innerlijke stilte.
Oefenen voor een optreden.
In de groep is de vrijdag de meest hectische dag van de week. De kinderen zijn al een beetje moe van de hele week hard werken, het weekend komt er aan. Er zijn voorbereidingen te doen voor de weeksluiting en voor eventuele optredens, decor moet gemaakt, kostuums verzonnen, de handelingen worden droog geoefend en dan slaan de zenuwen toe. Het is tijd voor de bekende pas op de plaats.
De mantra in Tibetaans schrift op de bladeren van een lotusbloem
We hebben onze eigen modus gevonden. We pakken met duim en wijsvinger met twee handen de zon hoog boven het hoofd en laten die langzaam naar beneden zakken op onze schoot. Dan doen we de ogen dicht, halen diep adem en concentreren ons op onszelf. Dan herhalen we een paar keer de Tibetaanse mantra ‘Om manipadmé hum’. Het werkt altijd. Diep van binnen daalt de rust neder. Dat kleine ritueel, dat een mix is van verschillende vormen van geestverruiming, is precies wat we nodig hebben om het laatste stukje van de middag aan te kunnen. De herhaling versterkt het en de kinderen vragen er zelf om.
Het opkomende witte licht.
Het heeft lang geduurd eer ik begreep hoe die innerlijke stilte klonk. Rusteloos ernaar verlangend en zoekend, middels yoga en andere vormen van bewustzijnsverruiming, vond ik het niet. Ik streefde mezelf voorbij. Dankzij het schrijven en het pure waarnemen, niet langer afgeleid door hartenklop of adem, maar door het ondergaan van het moment. Geen hollende gedachten meer, geen binnenstromende fantasieën, maar het niets, dat binnen komt glijden in het nachtelijk uur of tijdens het witte licht in een vroege ochtend met een koele bries door het open raam langs het hoofd.
Geen yoga, geen mindfulness, geen rebalancing maar het eigen Geluid van de Stilte. Er komt een moment, dat je er niets anders voor nodig hebt dan je Zelf.
Een gedachte over “Het Geluid van de Stilte.”
Reacties zijn gesloten.