‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’, bromde mijn opa als hij een klus bijna geklaard had en nog even de beuk erin moest gooien. Meestal parelden de zweetdruppels op zijn voorhoofd en in zijn nek. Dan stopte hij even, haalde hij een grote boerenzakdoek uit zijn broekzak en poetste daarmee omstandig zijn hoofd en nek droog.
Mijn opa was timmerman en meubelmaker, maar de klussen waar loodjes aan te pas kwamen, waren van een andere aard. Behangen of witten, iets leeg halen en weer inruimen. Een kleine verbouwing en dergelijke.
Dat laatste is gaande op school. Twee scholen samenvoegen is een overkill aan alles. Onder onze handen worden de meubels weggetrokken om de meubels van de andere school er voor terug te krijgen. Een kamer wordt omgevormd tot een taalklas, het gezellige zitje in de teamkamer verplaatst naar het documentatiecentrum, kasten die dubbel zijn worden weggehaald en doorgegeven. Er werd zelfs gisterenmiddag een digibord geplaatst tegen de muur van mijn digi-prehistorische lokaal. Vroeger zou men dit een volksverhuizing hebben genoemd. Dat is het ook, want iedereen komt op een andere stek.
Mijn afscheid is al geweest, maar de veranderingen schuren nog steeds een beetje. Omdat er sprake is van het verdwijnen van een era, om met Tolkien te spreken. De jenaplanschool heeft precies 41 jaar deel uit gemaakt van IJsselstein. Ooit bewust gestart door ouders en twee leerkrachten, die de vernieuwing aan durfden en de sprong in het ongewisse maakten.

Tien jaar later klopte ik met mijn kinderen aan de poort van dit eigengereide schooltje. We maakten een spurt met ervaringsgericht onderwijs, het ontdekkend leren zetten we op de kaart. In de gloriedagen waren er activiteiten, die in Reggio Emilia, het bolwerk van het Ervaringsgericht Onderwijs, niet zouden misstaan. Ik herinner me een kunstwerk dat midden in de groep hing en per dag groeide en groeide omdat er weer wat aangeknoopt werd of iets erin verweven. Een fiets die omgetoverd werd tot kunst, door repen stof tussen de spaken te vlechten, om het stuur te winden, geen stuk metaal bleef ongedekt. Zingend werd dit megawerk voltooid. De manshoge dinosauriër in de gang die de pepernoten had opgegeten. Een berg van papier-maché, van wel een meter hoog, waar een echte skischans compleet met huizen en lichten en zelfgemaakte skiërs op waren gestationeerd.
Het waren glorietijden voor het verhalend ontwerp, waarbij de wereld van Annie M.G. Schmidt tot leven werd geroepen in de bossen van Zeist, waar ons kamp was opgeslagen. Ze kwamen met z’n allen uit het grote boek ‘Ziezo’ vallen, die meesterlijke verdichtsels. Mevrouw Helderder veegde de spin Sebastiaan uit het bos, terwijl de giraffe van Dikkertje Dap hoog in de boom zat te wenen, omdat hij er niet meer uit kon en gered werd door, tja, door wie eigenlijk. De diepvriesdames van Annie werden tot leven gewekt in een herfstbos en ze bliezen met hun bevroren adem een wereld wit. Het schaduwrijk floreerde en werd met stralen zonlicht weer gedoofd. Alles was mogelijk.
De blauwbilgorgel.(Cees Buddingh)
Op het strand bij het Zeehuis in Bergen, speelde de kleine zeemeermin haar eigen triomfantelijke rol. Ze spoelde aan in een grote zeeschelp, terwijl de kleine kapitein bijna letterlijk ten onder ging in de golven omdat de stroming te sterk was. De blauwbilgorgel werd er hilarisch tot leven geroepen. Weer een ander kamp bracht een grote toverspiegel waarin de laatste schrijver verdwijnen kon, omdat het hoofdstuk van het uitgespeelde boek uit was. Dat alleen al. Een wereld zonder schrijvers heeft geen bestaansrecht.
Langnek.
Eindfeesten waren spectaculaire afsluitingen, waarbij de Middeleeuwen tot leven kwamen als alle 225 kinderen van de school hun eigen stokbrood konden bakken in een schoolpleinlange smalle open vuurbak of waar de Efteling verrees met Langnek die tot boven de school uit torende.
‘Das war einmal’ zeggen we en sluiten de ogen om nog eenmaal te wentelen in de nostalgie van weleer. Toekomst trekt aan de poorten van de school en het zal niet de mijne meer zijn. Ik weet dat ik een steen heb gelegd in de rivier van honderden harten, die belangrijk waren voor de keuzes die later werden gemaakt. Daar richt ik me op en heb er (bijna) vrede mee. De afsluiting van mijn era. Buiten komt er een bloedrode zon op, zo rond heb ik haar nog nooit gezien, een teken aan de wand voor een zonnige toekomst.
‘Wat wil jij later worden’ vroeg ik de kinderen en zij vroegen aan mij: ‘Wat wil jij later worden’. Het antwoord bleef niet lang uit. ‘Gelukkig, met al die herinneringen en mijn toekomstdromen’. Daar hadden ze vrede mee. De laatste loodjes en daarna opent zich een nieuwe weg.
Ik wens je heel veel tijd voor dromen, toekomstdromen. Ze zullen van jou zijn! x
LikeLike