Uncategorized

Alles op z’n tijd en in eigen uur

Wat een wonderlijke dwaaltocht door een stad kan een mens maken zonder een stap te verzetten. Opgekruld in mijn warme bed zweefden flarden gebeurtenissen van overdag, samen met voornemens en vooruitzichten er doorheen en weefden een wonderlijk tapijt aan indrukken. Even daarvoor had ik aflevering drie van Chansons! gekeken, met een emotionele Matthijs van Nieuwkerk en zijn partner in crime, Rob Kemps, die hem liefdevol omarmde, bij het graf van Aznavour. Troost in het uur van het grote gemis. Dat een zanger zo met een moeder en de veilige vertrouwdheid van de jeugd is samengesmolten dat, bij het overlijden van de chansonnier, een sterke verweesdheid voelbaar was en nog. De zanger als personificatie van zijn moeder. Wat een wonderschone weg had zijn verdriet gekozen.

Na de droom, waarin ongetwijfeld ook flarden Parijs waren meegenomen, had ik onbedaarlijke trek in Moustaki en voor het eerst van mijn leven, let wel, ik ken de tekst van le meteque al decennia uit mijn hoofd, las ik de betekenis ervan. Het is een lied dat nu nog actueel is, als hij zich beschrijft aan de hand van zijn uiterlijk, kenmerkend voor bepaalde waardeoordelen en vooroordelen. Mensen die hem vast en zeker als een dromer zien, terwijl hij nauwelijks dromen kent. En natuurlijk de liefde. De allesomvattende liefde, die vergevingsgezind is tot in lengte der dagen, tot in de eeuwigheid. Alles in de prachtige Franse taal, dat verlangen en weemoed loswoelt, deze opname uit 1969.

In dat jaar was ik 17. Ik zat op de kleuterkweek en we deden niets liever dan zingen. Moustaki, Melanie, Jaap Fischer, Martine Bijl, ze werden allemaal uitvoerig beluisterd en alle teksten stroomden moeiteloos binnen om op elk uur van de dag weer opgelepeld te worden. Naast alle aria’s van de zangleraar, ‘Pui non si Trovano’ al dan niet drie-of vierstemmig, schalmde met regelmaat dit overbekende repertoire van ons bakvissen, door de aula of nam een vlucht in de trein, waarmee we dagelijks van Utrecht naar Amersfoort reisden. Moustaki leverde de vlinders in de buik, riep een onbestemde wens tot leven, gaf invulling aan de emotie. Een weldaad, deze reprise.

Gisterenmiddag bracht ik de accu’s van de maaimachine even bij dochterlief. Ze zouden zondag vroeg al naar hun tuin gaan, want de imker zou tegen een vergoeding, de grote wilgen knotten en dan kon schoonzoon alvast met mijn maaier het lange gras maaien. Zoonlief was op visite en ze speelden een potje rummikub met de kleine filosoof, terwijl kleindochter met haar rieten poppenwagentje in de weer was. Blote billebollen om de zindelijkheidstraining te bevorderen. O, moeizame periodes om kind op de wc te krijgen. Vroeger was er het lievelingsboek ‘ De eend op de pot’ van Nannie Kuiper, die het vele potjeslatijn, van vooral de eerste vier, heeft begeleid.

Samen schoven kleindochter en ik de magneetjes van het boek Dikkie Dik op hun plek, de uil moest de bril op en liep half en half de vijver in, de maan mocht in de lucht, de blaadjes in het water. Herfst, net als buiten. De kleine filosoof smokkelde zijn winst bij elkaar, net als zijn opa-opa, die altijd vals speelde met de kinderen, lachten wij. Lekker theeën en dwars door alle drukte heen wat wederwaardigheden proberen uit te wisselen tot het tijd was om een deurtje verder te gaan. Van de weeromstuit vergat ik mijn rugzakje. Dat was nog nooit gebeurd. Vandaag voor de reünie maar ophalen. De zon belooft goeds voor de herfstwandeling zometeen. Zo’n zin om iedereen te ontmoeten. Nog een stuk verleden ontsloten. Zo moet het zijn. Alles op z’n tijd en in eigen uur.

Een gedachte over “Alles op z’n tijd en in eigen uur

Reacties zijn gesloten.