Uncategorized

Fryslan voor eeuwig Boppe

Bij het lezen van een van mijn favoriete bloggers schiet er een luikje open, dat al heel lang dicht zat. Ergens neuzelt er een melodietje en als ik me concentreer op het geheel, hoor ik de woorden, die er bij horen. ‘Ik hou van dieren, ik hou van mieren, dieren houden ook van mij, mensen niet, maar dat is niet erg hoor, want ik gaan ze wel voorbij’….Jasperina, wist ik. Jasperina de Jong.

Ik vlieg in vogelvlucht naar de jaren zestig. Een oude krakende tandem. Voorop zat de oude, toen nog jong, in een grote PTT-cape. De flappen van de zware zeilstof bolden toch op in de wind. Achterop trapte ik dapper mee, tegen de wind in. De lange duffelse jas van Oma met het geschoren bontje op de kraag kwam nog net niet tussen de spaken en op mijn hoofd prijkte een grote slappe stoffen hoed. Melanie-look-a-like. We zongen. De wind droeg onze woorden ver. Het schalde over de verlaten velden. We werden nauwelijks overstemd door de enkele auto’s die er reden.

De oude kende alle cabaretteksten uit zijn hoofd. Ik zei een woord en hup, daar rolde een lied uit zijn befaamde geheugen. Alles van La Bloemendaal en vooral de meisjes van de suikerwerkfabriek, ‘want de snoepjes van Jamin, die pak je uit en pik je in’. Van Jasperina met haar soep blues met een vet en overdreven Amerikaans accent a la Donald Jones en de ironie uit ‘Op een been kun je niet lopen’. We zongen ook luidkeels mee met Liesbeth List: ‘Het weiland wacht geurig op het kleurig gebeuren’ en jubelden haar Pastorale en daar tussenin alle teksten van het befaamde Lurelei cabaret. Het matchte goed met mijn repertoire. Melanie en haar Bottle of wine, Jaap Fischer, die de rust zocht van een kist, De Tambourineman van Dylan, Cohen nam zijn Suzanne mee even als Herman van Veen en George Moustaki bracht Le Meteque in.

De weg was lang. De tocht ging van Utrecht naar Oude Haske. Op de andere tandem zaten mijn nicht en nog een volksdansvriend. We picknickten uit juveniel protest op de rotonde van de verkeersweg en genoten van het waarschuwend getoeter om ons heen. We creëerden onze eigen hippe wereldje, lang voordat de bloemenkinderen zich op de Dam genesteld hadden. In Oude Haske sliepen we bij Mem Hof op de deel, jongens en meisjes keurig gescheiden en het leven bestond uit Polywood bootjes, statige houten BM-ers, tokkelende gitaren en heel veel zingen bij een ondergaande zon. Er waren prille ontluikende liefdes, macrobiotisch eten met de ruggen tegen elkaar en het bord op schoot en zwemmen in het Nannewied. Het leven was ongekunsteld en aangenaam en schoonheid was een wiebelende Deux Chevaux in een waas van rook en een glas goedkope wijn.

In die mix is de verwarring ontstaan. Jaren lang schreef ik de tekst van de mieren toe aan Jasperina, maar toen ik er naar ging speuren bleek het voor te komen in een lied van Liesbeth List. Met haar volle warme stem zong ze over Sjaantje met het haantje. Even was ik weer terug in Oude Haske, waar we de boter eruit braaiden door ‘s nachts te ontsnappen naar het café van Ibbeltje als Mem te slapen lag. Ginnegappend het erf af onder een doordringend Ssssst. Ze heeft ons vast horen stommelen, maar kneep graag een oogje dicht. Suikerbrood en Mem hebben er voor gezorgd dat Fryslan voor eeuwig Boppe bleef.

 

 

 

4 thoughts on “Fryslan voor eeuwig Boppe

Leave a Reply to lem2 Cancel reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s