Uncategorized

Een hart onder de riem steken

Twee weken geleden was ik op een zaterdag voor het eerst na deze onverkwikkelijke winter op de tuin. Het was zompig en nat en de woelmuizen en mollen hadden overduidelijk het rijk alleen gehad en als muizen op de tafel gedanst in mijn lange en grote afwezigheid. De grond was verend en zacht, het gras lang en ongelijk.

Ik heb een lichtgewicht grasmaaier die op een accu als een zonnetje loopt. Met het oog op de zomerse dagen die beloofd waren verderop in de week, zat maaien in mijn systeem. Hart voelt sterker, benauwdheid is er toch, machine behapbaar registreerde het hoofd. Maaien werd afgevinkt en het was eigenlijk heerlijk om de lieverd weer in gebruik te zien. Maar goeie genade. Hoeveel jassen had ik aan spierkracht uitgedaan en waar waren de bielzen van armen gebleven.

061

Over de rulle grond lukte het niet anders dan de kar te trekken in plaats van te duwen. ‘De grasmaaier achter de mens te spannen’, in variatie op een spreekwoord. Zwoegend en trekkend beet ik mijn lippen stuk op simpelweg eigenwijze volhouderij. ‘Ik wil het, ik wil, het, ik wil het’. Het verwende prinsesje uit Sesamstraat kwam bovendrijven. Tot ik  in een laatste poging moest bekennen, met kloppend hart, dat het gekkenwerk was. Het was water naar de zee dragen, want door de molshopen en de lengte van het gras leek het net alsof er een barbier was uitgeschoten met zijn trimmertje. ‘Kappen van der Linden, wees wijs’. Dat is een dingetje, maar eigenwijs kan altijd nog en in dit geval had het lijf genoeg te vertellen. Dus borg ik de grasmaaier weer weg en keek naar mijn geplukte tuintje. Zucht. Volgende keer beter en misschien al sterker.

064

Woensdag was ik weer in de tuin. De voorzienigheid had mij behoed want de accu’s lagen nog in de auto en ik kon het niet opbrengen om de kilometer terug en heen te lopen. Met lede ogen maar met frisse moed viel er volop te genieten. Alle kruipers schoten als paddenstoelen uit de grond dus ik kon de strijd aan met bosaardbei en hondsdraf om weer kleine nietige ontkiemsels van mijn bloemrijke pollen te ontdekken. Mijn lieve tuinvriendinnen kwamen op bezoek en zo konden we heerlijk in de eerste zon een heel jaar vangen in de intrigerende belevenissen van elkaar, de perikelen met het gras maaien en de onbereikbare hoogtes, letterlijk en figuurlijk, van de doorgeschoten wilgen  en ander grut. Over de afgebroken en omgevallen amandel, die gelukkig nog niet heel dik was en daar werd al beloofd om vrienden in te schakelen met een zingende zaag, die in een handomdraai tuin van mij en de buuf onder handen zouden kunnen nemen tegen vrijkaarten voor het komende festival. Goed plan.

Gelaafd door alle liefde en de aandacht ging ik naar huis. Vrijdag zou ik wél het gras gaan maaien. Nu het al een paar dagen droger was, moest het makkelijker en beter gaan, bovendien zou dochterlief  komen en als het niet zou lukken, kon ze het overnemen. Wat schetst mijn verbazing bij aankomst toen het hele grasveld geschoren bleek te zijn. Welke engel had hier huisgehouden? Ik kon er maar een bedenken, de vriendin achter mij, dus appte ik. Het antwoord kwam en ontroerde.

010Hartenliefjes

Er was woensdagavond een vergadering van onze tuinvereniging geweest en er was afgesproken om voor elkaar te zorgen als het fysiek tijdelijk niet mogelijk was. Dus had mijn buurman twee tuinen verderop zijn grasmaaier door mijn tuin heen getrokken en was mijn taak in de feestcommissie overgenomen door twee nieuwe vrijwilligers. Kijk, dat is nog eens voeding voor het hart. Wat een mooie geste en wat kan ik anders dan genieten van een met liefde gemaaide tuin. Dat is, in de ware zin van het woord en mijn planten werken er aan mee, een hart onder de riem steken.

2 gedachten over “Een hart onder de riem steken

Reacties zijn gesloten.